afscheid van vriendje sigaret

Niemand hoeft mij te vertellen dat roken zeer ongezond is en op den duur dodelijk. Dat weet ik heel goed. Toch is de sigaret al jaren mijn geheime vriendje. Het begon vele jaren geleden toen ik in het internaat terecht kwam. Ik was ondanks de jeugdige leeftijd van iedereen de enige niet roker. Tot dan toe had ik het altijd weerstaan. Het was een heel moeilijke tijd en ik zag de anderen rustiger worden als ze een sigaret rookte, dat wilde ik ook. Het werd me ook keer op keer aangeboden en op een moment kon ik het niet meer weerstaan. Ik was begonnen en het leek een oneindige weg te worden.

Door alles wat er in en rondom mijn leven gebeurde, de PTSS, dissociatieve stoornis en sociale fobie werd en is de sigaret mijn vriendje geworden. De sigaret maakte me rustiger, liet spanning een beetje wegvloeien. Het werd mijn redding in moeilijke sociale situaties en zeker toen je bijna nergens meer mocht roken. Als het me op een feestje of sociale gebeurtenis met allemaal mensen te veel werd, ging ik even naar buiten, sigaretje roken. Zo kon ik ontsnappen en even weer ademhalen en tot rust komen. Zo maar zonder rede naar buiten lopen voelt toch als heel stom. Het werd een gewoonte bij zo’n beetje alles. Bij de kop koffie, na het eten, bij spanning, bij geluk, bij de tv, tijdens het lezen. Steeds weer was vriendje sigaret erbij.

Toch gingen er dingen veranderen. Bijna niemand in mijn omgeving rookt nog. Bijna nergens mag je nog roken. Er kwam ook steeds vaker een stuk schaamte bij. Sta ik daar weer met mijn sigaret in de kou. Je zag de mensen denken tjonge, tjonge. Mijn vingers kregen steeds gelere plekken en nu probeer ik dat te verstoppen, ben ik heel bewust bezig hoe ik mijn handen hou. Het hoesten soms valt het inademen van rook verkeerd en dan hoest je jezelf kapot. Dan dacht ik wat doe ik mezelf aan.

Toen kwam mijn niersteen operatie en kreeg ik ademhalingsproblemen. Dat was beangstigend en ik dacht meteen heb ik nu met de sigaret mijn longen kapot gemaakt? Er volgde een longfunctietest en een thoraxfoto. Alles was goed, ik was zo opgelucht. En dan krijgt mijn man een tia en ooginfarct en zit zijn halsslagader compleet verstopt. Ook daar schrok ik van (hij rookt niet). Dit is het moment om afscheid van mijn vriendje de sigaret te nemen. Mijn longen zijn in orde en dat kan ik zo houden. Mijn man rookt ongewild ook mee door mijn toedoen. Ook zijn gezondheid is voor mij belangrijk. En dus heb ik me aangemeld bij de stoppen met roken poli in het ziekenhuis. Ik ga het doen, afscheid nemen van een vriend van lang terug. Daarvoor in de plaats krijg ik nieuwe vriendjes. Meer lucht, gezondheid, geen gele vingers. Tot ziens sigaret ik wil je niet meer als vriend, je bent mij niet waard!

En toen viel mijn rots om!

Tonnie, mijn man is al jaren mijn rots in de branding. Hij is degene die er altijd is, me overal naar toe brengt, paniek de kop indrukt. Zou niet weten wat ik zonder hem zou moeten. Maandag 31 juli zit hij in zijn stoel als ik denk wat doet hij raar. Zijn pen is gevallen die raapt hij niet op en hij blijft met zijn vinger dezelfde beweging maken. Ik vraag hem is er iets Tonnie? En dan schrik ik me kapot er komt alleen nog wat vreemd gebrabbel uit. Dan laat hij een glas limonade zo vallen uit zijn hand en zakt weg in zijn stoel. Onmiddellijk gaat er door mijn hoofd, hij heeft een beroerte en ik bel 112. Ondertussen probeer ik ook het kapotte glas op te ruimen opdat er niet nog meer ongelukken gebeuren. De ambulance is er snel gelukkig. Maar tot mijn stomme verbazing nemen ze hem niet mee, ondanks dat hij aangeeft dubbel te zien. En daar zitten we dan vol ongeloof en schrik. Ik durf niet te gaan slapen want stel dat….

De volgende ochtend gaan we naar de huisarts, hij ziet niks meer met zijn linkeroog, die is not amused dat hij niet meegenomen is door de ambulance en stuurt ons direct door naar de spoedeisende hulp. Na uren onderzoeken is het duidelijk hij heeft een tia, ooginfarct gehad en een halsslagader is ernstig verstopt. Hij moet direct opgenomen worden op de brain care en aan de bewaking omdat er grote kans is op herhaling of erger. En hij moet aan zijn halsslagader geopereerd worden. Hoewel ik erg schrik en me realiseer hoe ernstig het is ben ik ook blij dat ze hem opnemen. Nu hoef ik hem niet te bewaken en is hij in goede handen mocht er iets gebeuren. Daar ligt hij dan in het ziekenhuis, mijn rots is omgevallen.

De volgende dag bel ik de WMO van de gemeente en vraag een taxipas aan. Want hoe kom ik bij hem? Ik leg de situatie uit en gelukkig is de man zeer meedenkend en krijg ik per direct een pasnummer toegewezen zodat ik direct kan reizen. Zo kan ik toch bij Tonnie komen. Ik mis hem verschrikkelijk maar gelukkig ben ik sterk genoeg om dit aan te kunnen merk ik. Dan komt de vrijdag, de dag van de risico volle operatie. Om half acht is hij aan de beurt en dan begint het wachten voor mij tot de telefoon gaat. Dat gebeurt om elf uur en de vaatchirurg verteld me dat de operatie zeer voorspoedig is gegaan. Nog nooit hebben uren zo lang geduurd en ben ik zo opgelucht geweest.

Dan ligt hij op de IC aan alle toeters en bellen moeilijk om dat te zien maar hij is wel helder gelukkig. Zaterdag mag hij weer naar een verpleegafdeling, geen brain care meer gelukkig. Hij voelt zich goed en dat geeft mij weer moed. Eigenlijk mag hij maandag naar huis, maar omdat hij nog naar de polikliniek oogheelkunde moet en dat dinsdag pas kan moet hij nog een nachtje langer blijven. Dinsdag volgen dan alle onderzoeken vanwege zijn oog. De conclusie is dat hij 20% minder ziet. De bovenkant van zijn oog is normaal, aan de onderkant ziet hij als een door een soort gordijntje. Maar hier is uiteindelijk goed mee te leven.

En eindelijk mag hij dan mee naar huis. De eerste 6 weken mag hij niet fietsen, niet autorijden, niet werken en daarna wordt alles opnieuw bekeken. Prima hij is weer thuis we kunnen nog steeds genieten van elkaar en daar ben ik heel dankbaar voor. Woensdag hebben we lekker samen niks gedaan. Zelf was ik erg moe na een week op en neer naar het ziekenhuis en alle spanning. Ik merk dat ik de angst ook een beetje los kan laten en weer vertrouwen heb in de toekomst. We zijn ook de mensen die ons te hulp schoten en iedereen die een kaartje stuurde erg dankbaar!

1 jaar Hulphond Dirk

   

Op 16 juli 2016 was het zover, Dirk kwam definitief bij mij wonen. Ik weet nog hoe opgewonden ik me die dag voelde, dit was waar ik meer dan een jaar aan gewerkt had. Zijn gastgezin vrouwtje kwam hem brengen. Bij beide emotie, bij haar omdat ze afscheid moest nemen en bij mij omdat ik hem voorgoed bij me mocht houden. Mijn nieuwe leven begon, mijn tijdperk met Dirk.

De eerste dagen waren als een roes. Ik kon maar niet stoppen met naar hem te kijken, hem te knuffelen vol ongeloof dat ik nu een hulphond in mijn leven had. Het was een proces waar we aan begonnen, waar we elkaar aftasten. Er was al snel een band, Dirk zocht vaak contact. En we oefenden op wat hij allemaal moest kunnen. Iedere keer als hij naast me kroop en zijn kop op me legde voelde ik me intens gelukkig. Hem bij me hebben gaf me al snel troost en maakte dat ik me zelfverzekerder voelde.

Wat hebben we al veel gedaan samen dit afgelopen jaar. Hij ging mee naar de lotgenoten dag van Stichting Revief, mee naar Amsterdam naar de première van Kims docu. Mee naar alle verjaardagen en bezoekjes aan vrienden en familie. Naar de boekpresentatie van Brigitte’s boek. Naar de huisarts, fysio en ziekenhuis. Mee uit eten, winkelen. We gingen samen naar het park of het bos, waar Dirk heerlijk kan rennen en spelen. En nog veel meer wat we samendeden.

Wat heeft Dirk veel betekend het afgelopen jaar. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik weer veel meer durf. Mijn wereld is een stuk groter geworden. Hij heeft ervoor gezorgd dat het dissociëren stukken minder is geworden. Hij heeft voor heel veel troost en veiligheid gezorgd als er verdriet of angst was. Hij heeft me vertrouwen in de toekomst en in mezelf gegeven. Mijn handen door zijn heerlijke krulhaar, zijn warme lijf tegen me aan als ik bang of onzeker ben. Dirk is mijn maatje door dik en dun geworden. Een jaar waarin mijn leven veranderde en ik hoop dat er nog vele jaren zullen volgen voor ons samen.

 

Het hele niersteen verhaal

Het begon op 10 mei, ik werd in de nacht wakker met pijn in mijn rechternier. Huisartsenpost gebeld, slikt u maar paracetamol en kijk hoe het over een uurtje is. Nou precies hetzelfde dus wij naar de HA-post. De waarden in mijn bloed en urine werd gemeten en de arts dacht aan nierbekkenontsteking. Ondanks dat ik verder niet doodziek was en geen koorts had wat daar wel bij hoort. Ik heb wel tegen de man gezegd ik heb meer pijn dan u kunt zien want door mijn verleden kan ik niet goed pijn uiten. Maar goed ik kreeg antibiotica. Heel erg fijn want daarvan kreeg ik diarree zo erg dat we 2x per nacht mijn lakens moesten verschonen en ik kreeg een vaginale schimmelinfectie. Pijn in dat gebied het triggerde alles wat het maar kon triggeren. Samen met Dirk en mijn man lukte het me niet op straat terecht te komen.

Maar de pijn in mijn nier bleef dus 1 ½ week later naar de huisarts. Die zei meteen nierstenen en gaf me voor het weekend een cocktail medicatie mee en stuurde me dezelfde dag naar het ziekenhuis. Daar naartoe en inderdaad de radioloog constateerde een vastzittende grote niersteen en nierstuwing. De man zei jij moet meer pijn hebben dan je nu aangeeft. Hij belde direct de uroloog en ik moest meteen door naar hem. De uroloog zei meteen u krijgt 2 operaties, ik schrok me rot. Ben nog nooit geopereerd (gelukkig maar) De eerste zou de week erop al zijn dat moest met spoed.

Van tevoren krijg je een gesprek met o.a. een verpleegkundige. Ik gaf daaraan dat ik een misbruik verleden heb en ernstig bezwaar heb tegen gemengd verplegen en dat ik graag mijn hulphond bij me zou willen. Tot mijn verbazing werd er meteen een eenpersoonskamer geregeld waar Dirk ook op mocht. Verder gaf ik aan dat ik niet door een man gewekt wilde worden op de uitslaapkamer. Op 24 mei was de operatie en omdat alles zo goed afgebakend was, was ik niet eens zo heel erg nerveus. Het ging allemaal goed er werd een JJ-katheter geplaats die de omhooggeduwde steen op zijn plaats moest houden en de urine doorloop moest garanderen. Dat is een inwendige katheter tussen je nier en je blaas die in beide organen zit met een krul. Wat niemand me echter verteld had is dat je daarmee flink blaaskrampen kreeg en pijn bij het plassen en dat je het ding voelde zitten. Dus ik weer volledig in paniek. Had de uroloog dit van tevoren uitgelegd dan was er minder paniek geweest (heb ik hem later ook gezegd) Het voelde of er 24 uur per dag iemand in je kwam en je kunt me met mijn verleden indenken wat dit doet. Na 3 dagen kreeg ik gelukkig medicijnen tegen de blaaskrampen maar het pijn bij het plassen en dat je dat ding voelt zitten bleef.

Eindelijk volgde op 21 juni de tweede operatie hierbij zouden de nierstenen via mijn rug verwijderd worden. Ik moest om 7.30 nuchter komen en had uiteraard weer Dirk en mijn man bij. Ik ging eerst naar radiologie waar een nierkatheter aangebracht werd, geen pretje kan ik je vertellen dat doet gewoon pijn. Maar het lukte en toen moest ik wachten tot ik om 14.30 geopereerd zou worden. Dat ging helaas niet goed, al meteen nadat de narcose werd toegebracht kreeg ik long en ademhaling problemen. De longarts werd erbij geroepen en na 2 uur hadden ze dat onder controle. Pas toen kon de eigenlijke operatie beginnen. Die ging gelukkig goed en heel fijn door mijn verleden werd er besloten geen urinekatheter in te brengen wat wel gangbaar was. Toen ik wakker werd was ik net als de vorige keer misselijk en deze keer ook erg suf maar had geen pijn en geen last van mijn longen. Om 18.00 uur was ik terug op mijn kamer. Dirk en mijn man waren er ook. Die zijn tot 20.00 uur gebleven. Dirk bleef niet slapen. De nacht ben ik goed doorgekomen geen dissociëren. Vond mijn eigen kamer wel heel fijn en veilig daarin, veel wakker geweest. En donderdag morgen mocht ik al naar huis gelukkig. Eindelijk na 4 weken geen pijn bij het plassen meer die JJ-katheter was er ook uitgehaald bij de operatie. En net als bij de eerste operatie een vrouwenteam om me heen op de uroloog na. Wat een geweldig ziekenhuis het Elkerliek in Helmond.

Nu zijn we een week verder en ik voel me goed. Ik krijg nog wel op 31 juli een longfunctie test omdat ze willen achterhalen of het nu pech was, een allergische reactie of misschien COPD. Dat is nog wel even spannend maar voor nu ben ik gewoon blij pijnvrij te zijn en overal vanaf te zijn.

Ervaringsdeskundigen

Afgelopen zaterdag ben ik bij een samenkomst van ervaringsdeskundige geweest bij Brigitte Lommers van Jeugd over winnen. Wat een mooie mensen heb ik daar ontmoet, sommige kon ik al, andere zag ik voor het eerst. Allemaal heel krachtige mensen die zeker iets te vertellen hebben, iets toe te voegen hebben. Mensen die bij je binnenkomen, je in je hart raken. Allemaal zijn ze zover dat ze hun verhaal kunnen vertellen om daarmee anderen te kunnen laten voelen hoe het was, om te laten leren, zien wat de signalen zijn, wat belangrijk is om te weten als professional.

Natuurlijk leer je veel uit de boeken, de signalen, waar je op moet letten. Wat kindermishandeling en kindermisbruik is, welke vormen je hebt. Hoe je daar dan mee om moet gaan. Het staat allemaal in de boeken. Maar alleen wij, de ervaringsdeskundige kunnen je vertellen hoe het echt is, hoe wij subtiele signalen afgaven. Hoe het echt voelde, hoe we de hulpverlening ervaarde. Hoe het was dat niemand iets deed. Alleen wij kunnen je echt vertellen wat kindermishandeling en kindermisbruik is.

Stel je jezelf open als professional om de rauwe waarheid binnen te laten komen? Het is een spiegel waarin je je eigen emoties, denkbeelden ook een plek moet geven. De professional en ervaringsdeskundige moeten niet tegenover elkaar maar naast elkaar samenwerken. Het gaat om kennis om kinderen beter te kunnen begeleiden die nu in de situatie zitten waar wij de ervaringsdeskundige ingezeten hebben. Het gaat erom dat zij niet in een eindeloze wirwar van hulpverlening komen waar niemand het kind lijkt te zien of te horen en hun belang verloren lijkt te gaan.

Dat we ons verhaal vertellen is belangrijk, er is nog steeds een taboe. We willen maar niet zien dat kindermishandeling binnen de bekende kring vaak voorkomt, wat er achter de voordeur speelt. Alle praatprogramma’s staan op hun kop als er een leider van een kindercrèche of een zwemleraar misbruik pleegt. Maar misbruik binnen een gezin is af en toe een klein berichtje in de krant. Toch komt dat het meeste voor en speelt zich vaak jarenlang af. Wie maakt zich daar druk om? Of over dat kind dat nauwelijks verzorgd wordt? Daarom zijn onze verhalen zo belangrijk en moeten ze verteld worden, steeds weer.

De lente van mijn leven

Deze mooie grote struik van 2 meter staat trots volop te bloeien in mijn tuin. Het is een winterbloeier dus hij staat al een tijdje in bloei. Op deze mooie zonnige lentedag straalt hij en ziet hij er zo krachtig uit. Aan de andere kant van de tuin begint een echte lentebloeier een bloesem te ontluiken, bijna, nog even en aan de andere kant staat een roze wolk. Prachtig vind ik dat als het weer lente word en alles langzaam weer tot leven komt in de natuur, als bruin weer groen wordt. Als bloemetjes weer langzaam open komen. We waren met de honden weg en je zag ze letterlijk dartelen en rennen meer uitgelaten op deze mooie dag.

Eigenlijk geeft de natuur weer zoals ik me nu ook voel, in de lente van mijn leven. Komend uit een hele lange winterslaap begint alles in mij te ontluiken. Mijn zintuigen werken anders, nemen anders waar. Ik voel anders, bleef anders. Ik ben me veel bewuster van de wereld om me heen. Mijn kleine cocon is gebroken en ik ben ontsnapt, de wereld is groter geworden. Ben me bewuster van de mensen om me heen. Bewuster van mijn lijf. Die helaas wel veel pijn doet maar ja je kunt ook niet alles hebben hé.

Ik draai weer mee in de maatschappij, ben van mijn eigengemaakte eiland afgekomen. Dat wil niet zeggen dat alles nu helemaal ok is. Ik moet heel goed mijn grenzen bewaken, een moeilijk dingetje. En ja de beelden, de chaos het is er nog steeds af en toe. Net als de spanning in mijn lijf, de chaos in mijn hoofd. Maar het beheerst niet meer dag en nacht mijn leven. En ik heb nu ook Dirk die me enorm daarbij helpt. Zonder hem zou ik nu niet in de lente zitten. Zou ik de wereld niet ingestapt zijn en nog instappen.

Dat kleine geluksgevoel dat is zo fijn om te mogen voelen. Het maakt mijn leven completer, prettiger. Ik kan nu dingen gaan doen die ik al lang graag wilde maar buiten mijn mogelijkheden lagen. Nu ligt het binnen mijn bereik en dat maakt me zo blij. Als Dirk naast me op de bank komt zitten en me recht in de ogen aan kijkt dan word ik helemaal warm zo gelukkig maakt hij me. Mijn maatje die overal mee naar toe gaat, me sterker maakt, me aanvult. Wanneer de angst toeslaat gaat hij dicht tegen me aan staan en geeft me weer vertrouwen. De lente van mijn leven, ik bloei op wereld ik kom eraan!

Bewijzen

“Daarnaast mis ik gedegen onderzoek. Het risico met dergelijke traumatische gebeurtenissen lijkt mij het waarheidsgehalte van jeugdherinneringen. Heeft Maria de hulpverlening, buren, klasgenoten etc. gesproken? Het lijkt het verhaal zoals Angel dat heeft ervaren, die een verknipte jeugd heeft gehad. Veel feiten zijn even aangestipt, zonder verder onderbouwd te worden en komen in mijn beleving opeens uit de lucht vallen. Kortom, dit onderwerp verdient het om beschreven te worden door een betere schrijver, bij voorkeur door een onderzoeksjournalist.”

Dit is een stukje uit een review op bol.com op mijn boek Het Duivelskind. En ik zou me er niks van aan moeten trekken, toch raakt het me. Mijn boek is mijn verhaal, geschreven vanuit de intentie mensen bewust te laten worden wat kindermisbruik en mishandeling met een kind, wat de gevolgen zijn. Waarom het zo lang kan doorgaan. Waar de hulpverlening faalt. Dit is nog steeds actueel elke dag nog worden er kinderen misbruikt en mishandeld en ik hoop met mijn boek het verschil te maken voor deze kinderen. Zodat er bij hen niet weg gekeken wordt.

Regelmatig komen er biografieën uit en zie je diegene in talkshows hun verhaal vertellen, zeker als het om BN-ers gaat. Nooit wordt er gevraagd of het wel waar is, of er wel een onderzoeksjournalist is ingedoken. Maar zodra het om herinneringen gaat van een slachtoffer van seksueel misbruik willen we het liefst minutieus bewijs. Ons verhaal is niet genoeg om met de woorden en armband van Roos Haase te spreken “Wie geloofd er nu een kind?” Alleen het gebeurt niet vol voor de camera, er zijn geen beelden die je kunt tonen zoals we elke week bij opsporing verzocht zien. De daders nodigen er geen zaal vol toeschouwers erbij uit. Dit gebeurd achter gesloten deuren, achter gesloten gordijnen in dichte kamers. Waarom moeten slachtoffers van seksueel geweld zich telkens weer bewijzen? De meeste zwijgen jarenlang en als je dan eindelijk durft te praten word er getwijfeld aan je enig idee hoe moeilijk dat is?

Maria heeft mij meegeholpen om van mijn verhaal een goed boek te maken, niet meer en niet minder. Ik hoef in mijn boek geen reeks bewijzen te overleggen, het is geen opsomming van feiten, dit is mijn verhaal. Take it or leave it.

In de hoek

Wij gingen vroeger, als mijn ouders tenminste geen ruzie hadden, op zondagmorgen naar opa en oma. En wij niet alleen, bijna alle ooms en tantes en neefjes en nichtjes kwamen. Een drukke boel dus elke zondag. De volwassenen gingen rondom opa’s en oma’s ronde tafel zitten en dronken bier, wijn en martini. En wij kinderen gingen wat spelen in oma’s keuken die groot was maar koud, centrale verwarming hadden ze niet. Of met mooi weer buiten, opa had een enorm grote tuin. En zoals dat gaat met kinderen, af en toe was er wat gekibbel over en weer. Over wat we zouden doen en hoe en wie wat zou spelen. Ik deed daar bijna nooit aan mee want ik wist wel weer hoe laat het dan zou zijn en ja hoor daar bulderde zijn stem alweer HIER KOMEN! En ik kon niet anders dan naar mijn vader-dader toe gaan. Met mijn ogen naar beneden geslagen en vol schaamte liep ik schoorvoeten op die ronde tafel af. Hij stond op en daar kwam zijn hand al PETS, PETS en nog eens PETS. Ik hoorde mijn oma zeggen: “Niet zo hard, je slaat haar nog dood” Niemand anders zei iets. “Naar de hoek jij” bulderde hij. En dat deed ik alweer. Vlak bij die ronde tafel stond ik dan met mijn rug naar de volwassene toe in de hoek.

Een stille traan meer niet gleed over mijn wang die nog gloeide van de klap. Huilen zou meer straf opleveren dus ik slikte en slikte. En ik schaamde me zo. Mijn neven en nichten kregen nooit straf, werden nooit geslagen en hoefden nooit in de hoek. Mijn ooms en tantes, ouders en opa en oma kletsen gewoon gezellig door. En dat alles bevestigde voor mij wat mij altijd al verteld werd. Ik was een slecht kind, niets waard, een duivelskind. Niemand deed iets als hij sloeg, niemand zei iets als ik in die hoek stond. Mijn neven en nichtjes speelden gewoon door, kregen een ijsje, limonade en ik stond daar maar. Iedereen vond dat ik dat verdiend had dus kon het niet anders dat iedereen mij een slecht kind vond. Zo veel mensen die dit bevestigde, ik had/heb 5 ooms en een tante en dan hun partners en kinderen. Soms zei een tante weleens, is dat wel mode, er zijn toch wel leukere kleren voor jou leeftijd. Dan mompelde ik maar wat. Alsof ik me gelukkig voelde in de kleren die mijn vader uitkoos, ik wilde ook hippe kleren maar dat mocht niet.

Mijn vader-dader hield niet bepaald verborgen dat hij me sloeg, zo heeft hij me eens keihard tegen de grond geslagen in de supermarkt in het dorp. Niemand zei iets, en er waren zeker bekende het is een dorp, ons kent ons. Toentertijd schaamde ik me alleen maar dan zagen al die mensen hoe slecht ik was, want dat ik het verdiende wist ik zeker. Nu realiseer ik me hoe dit kon doorgaan, doordat iedereen het “goed” vond. Daarmee bevestigde ze mijn gevoel dat ik slecht was, niets waard en dat maakte dat ik alleen maar verder in mijn schulp kroop in plaats dat ik er met iemand over sprak. Klappen doen pijn, maar dat zo in de hoek staan, terwijl alle andere lol hadden dat voelde zo vernederend dat deed veel meer pijn dan de harde klappen die ik kreeg. Dan voelde ik me zo klein, zo nietig. Als lucht, alsof ik niet bestond, genegeerd door een kamer vol mensen. Eenzamer als kind kon ik niet zijn. Dat in de hoek staan heeft enorme indruk op me gemaakt. Ik ben misbruikt, geslagen, geschopt, vernederd en toch zijn dit dingen die me nog steeds op mijn netvlies staat, het niet bestaan, niet mogen bestaan.

Sterfdag moeder

Vandaag is de sterfdag van mijn moeder, inmiddels alweer 4 jaar geleden dat ik een anoniem berichtje op mijn blog kreeg, “weet je dat je moeder dood is” Ik weet nog dat ik aan mijn laptop zat en verstijfde en niet goed wist wat ik met dat berichtje moest. Was het waar of niet, daar ben ik eerst achteraangegaan en ja het was waar, ik kreeg het berichtje op vrijdag 8 februari, ze was toen al 3 dagen dood en zou de volgende dag gecremeerd worden. Via via kreeg ik de rouwbrief in handen en dat was pas echt een shock. Nergens stond een bedankje naar mijn moeder toe of dat ze een geweldige vrouw was geweest. Mijn vader-dader sprak daarin alleen over zichzelf wat een geweldige man hijzelf geweest was. Narcistisch van voor tot achter. Uiteraard werd er met geen woord gerept over een dochter, mij dus. De crematie was zo ver weg en toch zo dicht bij, ik kon er niet naar toe, wist dat ik eruit gegooid zou worden. Maar het crematorium is zo goed als bij mij om de hoek. Een heel raar idee allemaal.

Mis ik haar? Nee ik mis wel een moeder, die ik nooit echt gehad heb. En ergens in mijn achterhoofd heb ik altijd de hoop gehad dat vader-dader als eerste dood zou gaan. Dat er dan nog een gesprek met haar mogelijk zou zijn, dat als ze onder zijn bewind uit zou zijn eindlelijk zou durven praten. Misschien ijdele hoop maar ergens in mijn achterhoofd zat dit nog. Met haar dood werd dit compleet afgesneden. Sinds 1995, nadat mijn vader-dader me voor de laatste keer flink te pakken had gehad en ik er met hulp van de politie een einde aan het misbruik wist te maken, had ik haar nooit meer gesproken. En dat zal dus ook nooit meer gebeuren. Ik heb er nog steeds moeite mee dat ze, nadat ze mij 9 maanden gedragen heeft, zoveel moeite heeft moeten doen om mij te krijgen, onvoorwaardelijk voor vader-dader koos. Mij de rug toekeerde en nooit meer om keek.

Toch heb ik moeite met je sterfdag mamma dan komen er toch weer herinneringen boven. Aan de vrouw die altijd dienstig was. Want dat was je, altijd op de achtergrond. Bezig het hem naar de zin te maken. Je moest ook wel anders kreeg je zijn woede over je heen. Nooit besliste je zelf iets, als ik uit school kwam en je iets vroeg zei je, dan moet ik je vader bellen, En dan wist ik het antwoord al, nee. Je werd van mamma, dader, moeder-dader. Onder dwang maar is dat zo? Je was volwassen en je had een keus. Je had weg kunnen gaan, met mij, zonder mij. Maar nee tot je dood bleef je bij hem. Met niemand hadden jullie meer contact daar zorgde hij wel voor. Jullie hadden genoeg aan elkaar maar was dat wel zo? Ik heb een heleboel vragen waarop ik nooit antwoord zal krijgen. Mis ik jou? Nee ik mis wat je had kunnen zijn, maar wat je nooit hebt willen zijn.

Valse schaamte

19 was ik toen ik vanuit het internaat mijn eerste flatje kreeg. Ik had helemaal niets en was dus blij met alles, een lamp van die, een stoel van daar, een pan van die en ga zo maar door. Een oude televisie en je kunt je het nu niet meer voorstellen, een zonder afstandsbediening, ja je moest nog opstaan om een andere zender op te zetten. Maar ik was blij met alles. En sommige spulletjes werden bij de kringloop gehaald. Maar in de loop der jaren verandert er van alles. Je verzamelt en koopt spullen. Verhuisd, gaat samenwonen, trouwen.

Dure spullen hebben we nooit gehad maar we kochten wel nieuwe spullen telkens iets van ons vakantiegeld en zo raakte ons huis ook vol. We struinde wel als we iets nodig hadden winkels af of keken in outlets maar wel nieuw. Ik had een soort schaamte om naar de kringloop te gaan. Dat was voor echte arme mensen. Ik “mocht” daar geen gebruik van maken. Dat was voor mensen die echt geen andere mogelijkheid meer hadden. En goede spullen hadden ze daar toch niet? En ja ik geef het eerlijk toe ook een valse schaamte om naar binnen te gaan, dan zien mensen dat ik niks heb. Wat eigenlijk compleet idioot is want het fenomeen kringloopwinkel is allang geïntegreerd in onze maatschappij. Het is dus echt iets in mijn domme blonde hoofd.

Tot vorige week mijn bank echt helemaal kapot was. De toplaag was er helemaal vanaf. Ik schaamde me dood. En ik had echt geen mogelijkheid voor “even” een nieuwe bank te gaan kopen. Dus zei ik tegen mijn man: “zullen we eens bij de kringloop gaan kijken” Weet je de kringloop in mijn woonplaats zit sinds 2008 zo’n beetje bij ons om de hoek en ik ben er nog nooit binnen geweest, erg hé. Ik was verbaasd er stonden hele leuke spullen. En ja ik had al snel een heel leuk bankje gevonden die er top uitzag en heerlijk zat. Alleen manlief was meteen verliefd op een oorfauteuil, er stonden er twee precies dezelfde. In perfecte staat, ze zagen er als nieuw uit. Hij wilde twee stoelen in plaats van een bank. Hij heeft altijd liever in stoelen gezeten dan in een bank, alleen ik wil liever een bank. Alleen wat staan we nu te kletsen voor deze lage prijs waarom niet allebei? Kunnen we allebei op ons fijnst zitten. En dat gedaan dus, blij als een kind en zonder enige schaamte ben ik zo’n beetje de winkel uit gehuppeld.

Gisteren kwamen ze alles brengen, de heren die het bezorgde zette alles keurig netjes op hun plek neer. Het staat geweldig, zit geweldig en ineens ben ik trots als een pauw dat ik met bijna niks toch weer een hele mooie woonkamer heb. En dat de buren de kringloopwinkel wagen voor de deur zagen staan? Who cares? Mij zien ze zeker nog terug ik heb geen last meer van valse schaamte.