PTSS,  seksueel misbruik

De politie, zo vaak mijn redding

In allebei mijn boeken, Het duivelskind en Ik was het duivelskind, komt nogal eens het woord politie voor. En dat is ook niet zo gek. We lezen wel in de krant dat er steeds meer verwarde personen komen en hoe de politie daarmee worstelt. Ik was een van die verwarde personen. Als ik dissocieerde vluchtte ik de straat op, vaak op blote voeten in alleen een pyjama of vrijetijdskleding. Of het nu midden in de winter of zomer was. Dat kon omdat ik niets voelde, geen kou, geen regen, niets. Ik was me niet bewust van wat ik aan het doen was. Het was het kleine meisje van 8 jaar dat het overgenomen had, het meisje dat doodsbang was en vluchtte voor het dagelijkse misbruik. Jarenlang en ontelbare keren was er politie inzet voor nodig en soms ook de ambulance. Ik kon zelf niet uit deze toestand komen. Ik stak wegen over zonder links of rechts te kijken, negeerde verkeerslichten, ging midden op de weg zitten, liep het water in, liep over het spoor. Kortom levensgevaarlijk voor mezelf én anderen.

Telkens weer zochten ze me, met of zonder burgeralert of hulp van burgers. Telkens weer met een engelengeduld spraken ze me aan, namen me aan de hand en leidde me hun auto in op weg naar huis. De schaamte en de sorry van mijn kant als ik me realiseerde dat ze me weer eens thuisbrachten. De frustratie aan hun kant dat de situatie maar bleef bestaan. Sommige agenten brachten me ook even liefdevol naar het bureau en belde het GGZ. Het hielp niets na soms uren kwamen ze, stelde vast dat ik op dat moment niets mankeerde en stuurde me naar huis. Een wijkagente die zelfs met mij samen in gesprek ging met mijn GGZ hulpverlener, het hielp niets. Het GGZ zei tegen mij het gaat toch goed, je hebt een prima vangnet met de politie en je man. Want telkens als ze me zochten kwam mijn man van zijn werk om me op te vangen, voor me te zorgen, hij stond op een gegeven moment 500 uren in de min!

Met kerst stuurde ik de politie een kerstkaart, gaf de wijkagenten chocolade letters of stuurde 2 slagroomtaarten naar het bureau. Uit dankbaarheid dat ze nooit hun geduld verloren en me altijd zo menselijk mogelijk behandelde. Nooit sloten ze me op, nooit kreeg ik verwijten. En telkens weer zorgden ze ervoor dat ik heelhuids thuiskwam al was het vaak op het randje. Achter zo’n bericht in de krant zit een verhaal. Een verhaal van een mens die lijdt, die de situatie ook niet wil. Achter dat verhaal zitten ook agenten die hun best doen dienstbaar te zijn. Maar ze zijn geen psychiatrische hulpverleners. Zij kunnen behalve je thuis brengen niets doen, en horen dat ook niet te doen. Ze hadden vele troostende woorden en gebaren voor me, zelfs 2 keer een traumabeetje dat je normaal aan kinderen heeft. Het maakte dat ik me veilig voelde, getroost. Ze zagen me echt, hoorde me maar konden de situatie net als ik niet veranderen.

Het wordt tijd dat de berichten in de krant afnemen dat er gespecialiseerde hulpverleners komen, meer Psycholance’s een ambulance voor ‘verwarde’ personen. Het is zoals het is dat is NIET voldoende. De belasting bij de politie én de verwarde persoon is enorm. Het schuldgevoel, wetende dat agenten vaak uren met je bezig zijn in een situatie die jij helemaal niet wil. Dat moet veranderen, we roepen het maar wat doen we er aan? Ik ben de politie enorm dankbaar en weet maar al te goed dat hun werk zoveel meer is dan ‘boeven vangen’.

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: