PTSS,  seksueel misbruik

Vergankelijk

Vanmorgen heb ik met Dirk in het buitengebied gereden, heerlijk genieten nu met de ontluikende natuur. Overal om me heen zag ik de prachtige pluis bollen van de paardenbloem. Wat zijn ze toch ontzettend mooi en teder. Mijn gedachten dwalen weg en doen me denken aan mijn leven, aan de vergankelijkheid van het leven. Erg lief is het leven lang niet voor me geweest. De 25 eerste jaren van mijn leven waren seksueel misbruikt worden, mishandeld worden en dagelijks gekleineerd en vernederd worden tja, gewoon mijn leven. Al dacht ik dat het nooit zou stoppen er kwam uiteindelijk toch een eind aan. De eerste pluisjes van mijn bol waaide weg, vergingen, werden een met de natuur.

Je kunt een mens wel uit de naargeestige situatie halen maar de situatie niet uit de mens. Wat overblijft zijn talloze vreselijke herinneringen. Nachtmerries, herbelevingen, lichamelijke pijn, geestelijke pijn. Peilloze poelen van verdriet, woede, angst. Een nauwelijks nog bestaand en beschadigd zelfbeeld. De puinhopen van al die jaren die je meemaakte. Een wirwar van pluizen die maar niet willen verwaaien. Die blijven plakken aan de kern van je bestaan. Dat ene pluisbolletje staat op een enorme hoge berg die bijna niet begaanbaar is. Maar toch begin je aan de klim. Het gaat tergend langzaam, en af en toe donder je weer een stuk naar beneden. Blijf je even uitgeput liggen, niet meer in staat verder te klimmen. Boven zie je de zon doorkomen en een lichtstraal die op je schijnt geeft je weer moed en je gaat weer klimmen.

Sommige stukken ga je helemaal in je eentje naar boven, andere stukken staat er iemand naast je die je de hand rijkt. Soms verlies je de moed en de hoop dat je verder gaat komen. En soms ben je verbeten om die top te halen en kan niemand je nog tegenhouden. Telkens als ik naar boven kijk, zie ik een pluisje van de bol wegwaaien. Een stukje van mijn verleden wat ik los heb gelaten en waardoor het klimmen steeds ietsje minder zwaar wordt. Het bolletje met pluizen die mijn kern gevangen houd brokkelt steeds verder af, verwaait, word door de wind weggedragen. Op mijn tocht verlies ik mensen die belangrijk waren maar nu hun eigen weg gaan, van wie onze wegen scheiden. Aan de andere kant komen er andere, liefdevolle, waardevolle mensen in mijn leven die samen met mij verder klimmen.

Tenslotte sta ik op de top, vol in het licht en de warmte straalt op mijn verkilde lichaam. Met beide handen pluk ik de bloem en blaas heel voorzichtig en liefdevol de laatste pluisjes weg. De kern blijft over, de kern van mijn lange weg op zoek naar wie ik ben, wat ik voel en waar mijn toekomst ligt. Elk jaar zijn er weer nieuwe paardenbloemen. Ze zijn vergankelijk, maar komen telkens terug. Maar nu niet als een niet te nemen horde maar als een bolletje waarvan ik de pluisjes zachtjes kan weg blazen om telkens weer tot de kern te komen…..

One Comment

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: