Dat je mag rotten in de hel

Nou pa daar lig je dan koud en dood, koud was je altijd al nu ben je dan ook dood. Over de doden niets dan goeds voor jou de uitzondering. Een vader ben je nooit geweest wel een dader. De ontelbare keren dat je me verkracht hebt. De ontelbare keren dat je me mishandelde, me vernederde. En weet je wat het mooie is je hebt de strijd verloren. Jij wilde dat ik ongelukkig zou zijn het liefst zelfs dood. Nu pa ik ben springlevend éngelukkig is dat even een tegenvaller hé.

Ik was je kind, je echtgenote, je huishoudster, je pispaal, je boksbal, je hoer, je vuilnis, je duivelskind. Er was maar een persoon op deze aarde die jij liefhad en die kon je alleen zien als je in de spiegel keek. Je hield alleen van jezelf anderen deden er voor jou niet toe. Altijd vertelde je me wat er met wie dan ook mis was. Familieleden, vrienden jij zag altijd het slechte in iedereen, onvolkomenheden, iedereen was te min. Je noemde ooms van mij zuiplappen terwijl je zelf elke dag dronk, hypocriet toch? Verassing voor je de enige waar het slechte echt in zat, waar echt iets mis mee was ben jij. Je was een klootzak, voor bijna iedereen die met je te maken had.

Leuke herinneringen aan je? Ik kan ze nergens vandaan halen, ze zijn er gewoon niet. Er was altijd wel een rede waarom je boos was. In mijn hele jeugd is er nooit een dag geweest dat je niet boos op me was. Je vertelde wel eens over jouw jeugd, over hoe zwaar je mishandeld bent en dat je vader je nooit heeft gemogen. Is dat een excuus om hetzelfde te doen? Nee absoluut niet, er is geen enkel excuus mogelijk voor wat je gedaan hebt.

Jouw donkere ogen waarin altijd haat en minachting te lezen waren zullen me nu nooit meer aan kunnen kijken, ze zijn voorgoed gesloten. Wat jij thuis noemde was voor mij een strafkamp waartoe ik 25 jaar lang veroordeeld was. Een lange straf voor het enige feit dat ik echt pleegde namelijk geboren worden. Daarvoor strafte je me elke dag weer. Nooit heb je enige spijt getoond, je vond wat je deed gerechtvaardigd. Enige tijd geleden zei je tegen mijn vriendin: “Ze wilde het zelf”.

Je bent in totale eenzaamheid gestorven en eerlijk gezegd dat vind ik prettig. Door jouw ben ik heel lang heel eenzaam geweest. Dat was voor mij geen keuze. Jij joeg zelf iedereen weg, niemand was goed genoeg. Ik weet niet goed wat ik nu allemaal voel maar verdriet zeker niet. Ik ben blij dat je dood bent, dat je nooit meer wie dan ook schade kan berokkenen.

Je hebt me heel veel afgenomen, toen ik van je weg stapte had je alles van me, mijn lichaam, mijn ziel, mijn jeugd alles. Maar gebroken had je me niet. Ik vocht terug en langzaam pakte ik het terug en werd het weer van mij. Ik weet niet wat er na de dood nog is. Maar als er iets is dan weet ikzeker dat er nu met je afgerekend wordt. Dat je nooit in een paradijs zal komen, dat je nu gezien wordt zoals je echt was, een klootzak, een dader, een narcist, een verkrachter, hypocriet, hypochonder, een duivel, een onmens. Dat je maar mag rotten in de hel, dag pa!

Waarom ervaringsdeskundige worden?

De eerste 25 jaar van mijn leven had ik geen stem. Ik moest zwijgen, mocht geen mening hebben, mocht niet praten. Ik was voor mijn gevoel niets, een gebruiksvoorwerp. Ik weet nog hoe het misbruik begon en zeker nog hoe het eindigde. Daar zaten eindeloze jaren tussen. Misbruikt, verkracht, vernedert, mishandeld. Opgesloten in een kast, in een diepvrieskist. Geslagen, geschopt, geen eten krijgen, genegeerd worden. 25 jaar lang misbruikt en mishandeld door mijn vader, met medeweten van mijn moeder die me als tiener ook misbruikte. Tussendoor nog 4 jaar misbruikt door mijn opa en al die jaren had ik geen stem.

De gevolgen PTSS, dissociatieve fugue stoornis een sociale fobie en de lichamelijke gevolgen. In de hulpverlening mocht ik er niet over praten. Weer had ik geen stem, weer moest ik zwijgen weer jarenlang. De woorden die in me razen worden niet uitgesproken. Dan zonder stem, op papier en dit wordt uiteindelijk mijn boek Het Duivelskind. Langzaam ga ik ook spreken in interviews op tv, op de radio. Mijn stem wordt steeds krachtiger, ik word gehoord na al die jaren.

Ik kreeg mijn PTSS-hond Dirk zocht hulpverleners die bij me paste, ging vrijwilligerswerk doen en kreeg weer grip op mijn leven. Ik heb mooie mensen om me heen die me inspireren, die me krachtiger maken, die me laten lachen, waar ik intens van geniet. Er komt ruimte in mijn leven om mijn stem te laten horen.

Soms zeggen mensen wel eens tegen me, je blijft er zo maar mee bezig. Ervaringsdeskundige worden, je verhaal vertellen, waarom doe je dat?Omdat ik een verschil wil maken, omdat ik wil vertellen wat je als kind aan me had kunnen merken. Omdat ik wil vertellen wat dat misbruikte meisje toen nodig had gehad. Omdat ik wil laten wat zo misging in de hulpverlening en ook wat er heel prettig en goed in was. Omdat ik wil vertellen over herstel en zelfregie, over hoop, over van overleven naar leven.

En nee ik blijf er niet in hangen, ik kan mijn verhaal nu vertellen zonder erin te verzuipen, zonder herbelevingen. Juist omdat ik nu mijn leven op orde heb, de juiste mensen om me heen. Mijn leven draait niet meer elke seconde om mijn verleden. Ik leef en geniet en juist ook van het feit dat ik nu na al die jaren een stem heb, hem mag laten horen. Voor die kinderen die nu (nog) geen stem hebben, hopende dat ook zij een stem zullen krijgen.

Griep

Het griepseizoen is weer begonnen en nee ik heb geen griep gelukkig. Als kind had ik elke jaar wel griep soms ook meerdere keren. Mijn weerstand was door alle stress en verwaarlozing denk ik erg slecht. Griep of ziek zijn betekende niet dat ik in bed mocht liggen en dat er thee en kippensoep gebracht werd. Nee integendeel, ik werd gewoon naar school gestuurd. Ziek zijn is zwak en zwakte mag je niet tonen. En dus zat ik in de schoolbanken, rillend als een rietje met kleine oogjes en hoog rode konen.

Dan vroegen leraren of ik ziek was wat ik altijd ontkende. Meestal draaide het erop uit dat ik naar huis gestuurd werd, daar zou je blij mee moeten zijn maar dat was ik alles behalve. Met lood in mijn schoenen liep ik dan naar huis. Op school kon ik tenminste nog wat hangerig zijn, thuis was dat wel anders. De hele dag op je kont zitten of in bed liggen was er niet bij. Ik moest dus werken, klusjes doen.

Ga maar eens de wc poetsen met een tandenborstel als je echt de griep hebt. De vloer doen met een schuursponsje, koken boven die warme dampen, afwassen, en ga zo maar door. Oh wat voelde ik me dan beroerd. Wat heb ik vaak gedacht dat ik zou stikken. Door de inspanning werd het hoesten soms zo erg dat ik dacht ik ga dood. Er lag wel een kussen en een dekentje op de bank. Dat was voor als er bezoek kwam dan moest ik daar snel onder gaan liggen om te laten zien hoe “goed” ik verzorgd werd. Als kind dacht ik dat het mijn eigen schuld was dat ik ziek was en daarom straf verdiende. Hij ging ook altijd flink tegen me te keer, was boos als ik zwak was, dat was zijn visie, zwak niet ziek.

Nog steeds heb ik erg veel moeite met ziek zijn. Dan voel ik me schuldig en hoor ik zijn gescheld weer. In bed liggen kan ik nog steeds niet. Ik heb wel geleerd om niet meer de hele dag door te gaan en er ook momenten aan toe te geven. Ik realiseer inmiddels dat ziek zijn geen straf is maar gewoon domme pech. Dat mijn lichaam momenteel niet goed functioneert is voor mij dan ook erg moeilijk. Dat ik om hulp moet vragen nog moeilijker. Ik heb gelukkig bij lange niet zo vaak griep meer als dat ik als kind had. Ik durf nu ook goed voor mezelf te zorgen als ik ziek ben. Dat is lang anders geweest. Ziek zijn, een niet functionerend lichaam is nog steeds een trigger. Maar het haalt niet mijn hele denken en doen meer overhoop wat het lange tijd wel deed. Al probeer ik nog steeds om het te voorkomen, en kan ook erg balen als mensen die zich beroerd voelen toch gewoon gaan en je zo aansteken. Je kind liefdevol verzorgen zorgt ervoor dat deze later ook goed voor zichzelf zal zorgen.

Sinterklaas

Als klein meisje weet ik nog dat ze zeiden dat als je stout was dat zwarte Piet je in de zak stopte en je mee nam naar Spanje. Dat leek mij DE oplossing, ik zou tegen zwarte Piet zeggen dat pappa stout is en dan werd hij meegenomen en dan eindelijk, eindelijk zou hij me geen pijn meer doen. En daar stonden we bij de optocht, ik klampte zwarte Piet aan en zei dat pappa stout was, deze zwarte Piet had een hele grote zak bij dat zou vast passen. Dan neem ik hem mee naar Spanje zei hij en lachend keek hij mijn ouders aan. Wat was ik blij, zo blij was ik in jaren niet geweest. Maar hij liep door en vergat mijn vader-dader mee te nemen. Ik moest zo hard huilen. De volwassenen om mij heen lachte en zeiden: “meisje je hoeft niet bang te zijn, hij neemt hem niet echt mee’’. Ik was niet bang nog nooit was ik zo teleurgesteld als je Sinterklaas en zwarte Piet, DE kindervrienden niet kon vertrouwen, wie dan nog wel?

Wat speelgoed betreft kwam ik niks te kort, mensen noemden me verwend, ik had alles. Het piratenschip van playmobiel, het ridderkasteel van lego, de nieuwste barbies en wat daarbij hoorde. Wat ben jij een bofkont werd er gezegd en ik werd eens over mijn bol geaaid. Als die mensen eens konden zien, de blauwe plekken onder mijn kleren. Als ze de pijn in mijn onderlichaam eens konden voelen omdat ik die nacht weer met grof geweld verkracht was. Als ze de pijn in mijn hart een konden voelen omdat ik weer een duivelskind, een nutteloos ding, een gedrocht genoemd was. Ja wat was ik verwend ik had alles wat mijn hartje begeerde toch?

Wat had ik kraag gewoon wat potloden gehad zoals mijn klasgenootje en sokken maar wel een hoop liefde. Een gezellig huisje met warme chocomel, pepernoten en mensen om je heen die van je houden. Al het speelgoed dat ik had zou ik daarvoor weg willen geven. Het kon me niet schelen al dat speelgoed. Ondankbaar noemden mijn ouders-daders me. Het kinderfeestje was voor mij een trauma elk jaar weer.

Ik vier nog steeds geen Sinterklaas. Geld voor cadeautjes is er niet. Maar veel belangrijker liefde is er nu wel op alle fronten en dat is mijn grootste cadeau ooit. Ik probeer op 5 december extra lekker eten te maken. En dan geniet ik samen met Tonnie. In de avond kijken we Paul de Leeuw en Sinterklaas. En de discussie hoe zwarte Piet eruit ziet? Lekker belangrijk voor vele kinderen is het geen feest. Omdat ze mishandeld, vernederd en misbruikt worden óók op Sinterklaas. En vele kinderen krijgen nauwelijks cadeautjes omdat hun ouders in armoede leven. De tranen van al deze kinderen daar zouden we ons druk om moeten maken!

De laatste dag woord tot de professionals

Vandaag eindigt de week tegen kindermishandeling 2018. In het hele land zijn er activiteiten geweest en is er veel inzet van geweldige ervaringsdeskundigen geweest. Heel veel professionals rondom kinderen, en dat zijn er nogal wat, zijn naar een of meer activiteiten geweest. Hopelijk hebben jullie daar weer mooie dingen uitgehaald.

Zo was er bij mijn lezing een beleidsmedewerker die nog nooit eraan gedacht had tandartsen te betrekken. Voor iemand die seksueel misbruik heeft meegemaakt is de tandarts een hel. Er wordt iets in je mond gestopt/gedaan. Ik hoef denk ik niet uit te leggen waarom dat zo verschrikkelijk is. Toch worden tandartsen bijna nooit betrokken in deze week.

Zie ons, hoor ons, kijk naar ons ik hoop dat je dat meegekregen hebt. Alleen al echt gezien worden maakt een verschil. Een oprecht luisterend oor bieden. We zijn geen protocollen, casussen, procedures. We zijn mensen met elk een uniek verhaal, met elk onze unieke behoeftes. Heel belangrijk geef mensen ook eigenwaarde, laat ze meedenken, doe een beroep op hun eigen kunnen, geef ze een stukje zelfregie. Ik mocht er nooit over praten, stabiliseren zei men en praten zou dat overhoophalen. Soms moet je overhoophalen, naar de grond om weer op te kunnen bouwen. Ben daar niet bang voor. Ik schreef uiteindelijk een boek om zo te kunnen praten. Ga niet boven maar naast ons staan. Gun ons het verdriet, de pijn, de afschuw dat is rouw en dat heb je nodig.

Praat ook vooral mét kinderen en niet alleen over kinderen. Geef ze een stem, laat ze het in hun woorden vertellen, tekenen, schrijven. Maar laat ze vooral zien dat je hen ziet. Ik heb me jarenlang heel onzichtbaar gevoeld omdat geen enkele volwassenen me zag. Laat staan me ooit vroeg hoe gaat het met je? Zoals een lotgenoot zei een beker chocomel doet soms meer wonderen dan wat dan ook.

Wat mij heel erg geholpen heeft is toen er een beroep werd gedaan op mijn kunnen. Lang is vooral benadrukt wat ik niet kon, wat mijn beperkingen waren. Tot er gekeken werd naar wat wel mijn mogelijkheden waren. Een stukje zelfregie, eigenwaarde, zelfvertrouwen wat daardoor groeide.

Vaak is praten alleen niet genoeg. Vergeet lichaamsgerichte therapie niet. Dat kan zo belangrijk zijn. Velen houden niet meer van hun lichaam en zijn ervan vervreemd. Je eigen lichaam weer leren accepteren, er weer van leren houden kan een heel belangrijke stap in je herstel zijn.

Ben alert op signalen, en vooral ben niet bang om te melden! Als professional kan jij het verschil maken voor een kind die mishandeld, misbruikt, verwaarloosd wordt. Kan je het verschil maken in het herstel van een volwassene. Maar vooral zie dat kind, sta naast dat kind, zie de volwassene, sta naast de volwassene. Dank je wel voor je inzet en maak het verschil!

Dader(s) in beeld, dag 5, hoe maak jij het verschil?

De week tegen kindermishandeling 2018

Het thema van dit jaar is: “Maak jij het verschil”. In mijn blogs de afgelopen dagen heb ik mijn daders in beeld laten zien. We woonden niet op een hutje op de heide, we hadden een omgeving. Familie die zag en hoorde hoe ik mishandeld werd en uitgescholden. Buren die ons s ’nachts wel hoorde maar ja. Leraren die wel opviel dat ik stil was, geen vriendjes had, vaak buikpijn en/of hoofdpijn had. Buurtgenoten die zagen hoe ik in de plaatselijke supermarkt tegen de grond geslagen werd. Een klasgenootje wat erbij was toen hij me tegen de grond sloeg. Een nichtje dat door hem van de trap af gegooid is. Buurtgenoten die opviel dat ik nooit buiten speelde. Een voogd die niet de moeite nam mij n vertrouwen te winnen maar me telkens terug naar huis stuurde. De zwemles waar ik plotseling niet meer in het water durfde. Een huisarts die het wel wist maar tegen de politie zei het gaat wel over. Met 30 graden truien met lange mouwen dragen en nog legio meer signalen.

Al die volwassenen in mijn omgeving deden niets. Soms hoor ik wel eens hoe kan dat nu jaren duren zonder dat iemand iets merkt. Inderdaad, dat is ook niet zo, natuurlijk merkt de omgeving iets. Het gaat erom wat ze er mee doen en dat is vaak niets en daardoor duurt kindermishandeling, kindermisbruik jaren. Als kind was ik ontzettend eenzaam, geen enkele volwassenen in mijn omgeving hoorde of zag me.

Daarin kan ook jij het verschil maken. Je hoeft niet meteen een kind te “redden”. Zet eens een kop thee, ga samen rustig aan tafel zitten en vraag gewoon eens hoe gaat het met je? Ga samen iets leuks doen. Laat gewoon merken dat je dit kind ziet, dat het niet onzichtbaar is. Ga een kind niet uithoren, of moeilijke vragen stellen, daar zijn de professionals voor. Ben die volwassenen in dat kind zijn leven die het verschil maakt. De buurvrouw, de leraar, de tante/oom, de oma/opa, de trainer allemaal mensen die dit verschil kunnen maken.

Melden, tja wat als ik het nu fout heb en er niets aan de hand is? Stel ik de wedervraag, stel dat er wel iets aan de hand is en doordat ik het niet meld kan het nog jarenlang doorgaan? Hoe sneller er hulpverlening is, hoe minder groot de schade voor dat kind is. Ben alert op de kinderen in je omgeving. Zij kunnen de situatie niet veranderen, daar zijn volwassenen voor nodig. Denk niet dat doet iemand anders wel, wat die iemand anders denkt precies hetzelfde. Laat het niet alleen aan de professionals over, die zien het kind niet, die lopen niet door de straten, speurend naar kinderen. Nee u bent de eerste ogen en oren.

Kijk op de website van voor een veilig thuis wat je kunt doen: https://www.vooreenveiligthuis.nl/ Vraag een vertrouwelijk gesprek aan met je wijkagent en deel je zorgen. Deel je zorgen met de school van het kind. Er zijn mogelijkheden om je zorgen te delen, te uiten. Maak jij het verschil?

Dader(s) in beeld, dag 4

De week tegen kindermishandeling 2018

Knuffelen met je kind, je liefde geven, dat is ontzettend belangrijk op alle leeftijden, daar moeten we nooit mee stoppen. Voor mij echter was knuffelen beladen. Mijn vader-dader knuffelde me zelden. Tenminste niet op de manier waarop knuffelen bedoeld is. We kunnen kinderen met knuffelen ook al leren wat de waarde van nee zeggen is. Oftewel als je kind niet wil respecteer dat, accepteer het nee van je kind. Daarmee leert deze al snel dat baas zijn over je eigen lijf kan. En ach morgen komt je kind weer wel lekker met je knuffelen.

In ons huis was nee van geen enkele betekenis. Het deed er niet toe wat ik wilde en of ik wel wilde. Niet voor mijn vader-dader maar ook zeker niet voor mijn moeder-dader. Waar ik me in het begin nog wel verzette tegen de wurggreep knuffels en kussen leerde ik dat al snel af. Het werd alleen maar erger door te verzetten. Dan deed het pijn doordat ik met geweld vastgehouden werd. De naam knuffel mocht het niet hebben. Dat is een daad uit liefde en dat was het niet.

Ik leerde als kind niet wat liefde, houden van, affectie betekend. Ik leerde dat ik niets maar dan ook helemaal niets over mijn eigen lichaam te zeggen had. Dat lichaam leek na een tijd ook van me los te staan, niet meer bij mij te horen. Het werd een omhulsel waar volwassen mee konden doen wat ze wilde. Ik vond het op een gegeven moment normaal dat mijn lijf mishandeld en misbruikt werd, daar was het voor in mijn ogen.

Als ik 26 ben leer ik mijn man kennen. Tonnie was zo heel anders. Zijn knuffel was geen houtgreep maar voelde zacht en liefdevol. In het begin vond ik het verschrikkelijk eng en verstijfde. Hij respecteerde me. Langzaam leerde hij me wat liefde krijgen betekend. Hij leerde me dat ik altijd nee mocht zeggen. Nu 22 jaar later ben ik dol op knuffelen. Ik kan ze nu geven en ook nemen en dat is een heel waardevolle toevoeging aan mijn leven nu!

Dader(s) in beeld, dag 3

De week tegen kindermishandeling 2018

Met je kind in bad, samen heerlijk ontspannen, dat kan zo puur, zo mooi zijn. Dat was het voor mij niet. Met vader-dader moest ik regelmatig in bad. Volgens hem was ik altijd vies, hij leerde me hoe ik mezelf schoon moest maken. Met een schuursponsje en met een pot Jif (schuurmiddel) kom je heel ver. Pas toen ik samenwoonde en mijn man me zo onder de douche mezelf zag boenen, leerde ik dat dit niet normaal was. Mijn man leerde me douchen met een zachte spons en douche crème. Echt een openbaring voor mij dat je huis ook fijn kan aanvoelen na het douchen.

Hij raakte me overal aan waar dat maar kon met het in bad zijn samen. Op onze “speciale” plekken waste hij me extra goed en extra hard, dat deed pijn, veel pijn en de zeep prikte. Altijd na het in bad met hem had ik een brandend gevoel en jeuk daaronder. Nooit mocht de badkamerdeur op slot, ook niet toen ik al een tiener was, hij wilde ten aller tijden kunnen kijken of meedoen. De badkamer was een akelige plek met vele nare herinneringen.

Wat ook favoriet bij hem was, was mijn hoofd onder water duwen. Het gevoel dat je geen lucht meer krijgt, denken dat je doodgaat dat is zo afschuwelijk. Dan had ik nog liever dat hij me schoonboendde op zijn manier. Ik weet nog dat ik zwemles had en dat ging heel goed, tot ik ineens met geen stok meet het water in te krijgen was. De badmeester begreep er niets van, ik deed het zo goed. Maar water was een doodsangst geworden, waar je ver weg van moest blijven.

Ook nu vandaag de dag douche ik niet graag. Maak je niet ongerust ik douche elke dag, persoonlijke verzorging vind ik immers belangrijk. Ik pak altijd de douchekop in mijn hand. Ik ga nooit maar dan echt nooit onder de straal staan. Mijn haar was ik in de wastafel zodat ik niet vol onder het water hoef. Zwemmen? Ik heb het dit jaar nog een keer geprobeerd maar het zijn te veel angsten, teveel triggers. Water blijft een probleem voor mij, zelf nu nog.

Dader(s) in beeld, dag 2

De week tegen kindermishandeling 2018

Als kind had ik twee opa’s. Het verschil kon niet groter zijn. De ene, lieve opa vroeg me hoe ik in de ochtend mijn eitje wilde, hard of zachtgekookt. De andere, de akelige opa vroeg of ik mijn benen verder uit elkaar kon doen.

De lieve was de vader van mijn moeder, de akelige van mijn vader. Het gezegde; “de appel valt niet ver van de boom” is hier zeker van toepassing. Ik was een jaar of acht toen mijn vader-dader me naar opa-dader bracht en me achterliet. Het huis van opa-dader stonk altijd verschrikkelijk naar verbrande spek. Spek doorbakken was iets wat de man elke dag wel deed in mijn ogen. Ik vond het niet fijn, ik vond opa-dader een akelige man. Mager, gele vingers, gele tanden, stinkend naar alcohol, nooit vriendelijk en akelige, geniepige ogen.

En mijn voorgevoel was goed, ik wist het, hoe klein ik ook was, al ook hij zou aan me zitten, in me zitten. Ook hij hield van kleine, schattige meisjes. Ook hij scheurde mijn lichaam in tweeën. Daar bleef het niet bij, hij nodigde wel eens wat vrienden uit die voor een beetje geld ook wel eens aan mij mochten zitten. En ik? Ik dacht dat dit normaal was, dit was mijn leven. Ik verdiende dit als slecht kind.

Mijn hersenen konden dit niet aan, mijn lichaam kon dit niet aan. Ik trad uit mezelf, maakte het niet echt mee. Fantaseerde dat ik in een sprookjeswereld was waar alles lief en vredig was. Mijn hersenen maakte wat ik lang kortsluiting noemde, nu weet ik dat dit dissociëren heet. Daar begon ik deze overlevingstechniek te ontwikkelen. Als kind moet je een weg zoeken om alles wat er met je lijf en geest gebeurt te behappen.

Op mijn 12de stopte dit weer en was ik van opa-dader af. Maar in mijn geest en lichaam was ik er nooit vanaf. Ik bak nu nog wel eens spek, Tonnie vindt dat erg lekker. Dat doe ik, ook midden in de winter met de achterdeur wagenwijd open, om de geur maar niet in huis te hebben.

Dader(s) in beeld, dag 1

De week tegen kindermishandeling 2018

Ik word wakker en heb meteen een rot gevoel. Vandaag is hij jarig mijn dader-vader. Dat betekent “feest”. Maar zijn idee van feest is zo heel anders dan taartjes, slingers, blije mensen, dansen. Nee zijn idee is allereerst zoenen. Geen lief zoentje nee tongzoenen. Zo smerig vind ik dat het smaakt naar verschraald bier en sigaretten, heel smerig. Maar ik moet wel want anders vind hij me helemaal niet lief.

Ik geef hem het cadeautje wat ik samen met mamma heb uitgezocht. Hij vindt het wel aardig maar zijn echte cadeau moet nog komen. Hij wil geen ingepakt cadeautje, hij wil mij, hij wil mijn lijf. Hij neemt me mee naar de slaapkamer en neemt me, terwijl mijn moeder-dader het ontbijt klaarmaakt, fluitend en neuriënd. Ik zou willen schreeuwen, willen huilen maar dat kan niet dan wordt hij pas echt boos. Het doet zo verschrikkelijk pijn en het is zo akelig, maar hij wil het zo en ik? Ik heb geen keus.

Eindelijk is het voorbij, voor nu dan want omdat hij jarig is wil hij vanavond nog een keer, zoals elk jaar. Dat is zijn feest. Gezellig ontbijten, alsof er niets gebeurd is. Mijn vader-dader en moeder-dader kletsen gezellig en ik probeer zo vrolijk mogelijk te zijn. Weet je wat het ergste is? Over 4 dagen is mijn moeder-dader jarig en moet ik weer “cadeau” zijn. Ik kan elke dag uit en ingepakt worden. Er zit nog net geen strikje om me heen met van die krullen aan het uiteinde.

Die dag hebben mijn moeder-dader en ik hetzelfde jurkje aan, heeft ze zelf gemaakt. Zo schattig vind mijn vader, zijn “meisjes” in hetzelfde jurkje. Zo ziet hij mij het liefst, schattig, klein meisje. Leuk als je 3 jaar bent maar als je 14 bent is dat veel minder leuk.

Nog steeds heb ik op zijn verjaardag, 27 juli een moeilijke dag. Tegenwoordig koop ik dan een mooie bos bloemen voor mezelf en vier dat ik nu vrij ben, ik zal nooit meer iemands cadeau zijn!