Gisteren aten Tonnie en ik bij een goede vriendin. Het eten was heerlijk. Na het eten kwamen we op vroeger hoe onze ouders kookte. Mijn vriendin zei ik heb nooit honger gekend. Tja daar moest ik op antwoorden ik wel. Ze kent mijn verhaal hoor dus geen verbaasde reactie. Ontbijt kreeg ik nooit als kind en een van de favoriete straffen was geen eten krijgen.

Dan zat je op school met een knorrende maag, vaak hoofdpijn en/of buikpijn omdat honger letterlijk pijn doet. Een dag geen eten vond ik niet eens meer zo heel erg, ik raakte eraan gewend. Maar een paar dagen geen eten en soms daarbij ook nog opgesloten zitten was wel andere koek. Nu kunnen wij als mens best een paar dagen zonder eten, daarvan raak je niet ondervoed. Dat weet je niet als kind. Ik zat dan in een donkere kast, te wachten tot ik eruit mocht. De honger maakte het allemaal erger en angstiger. Soms dacht ik ze laten me hier doodgaan. Een paar dagen was altijd in de vakanties en weekenden. Ze waren wel zo slim me naar school boterhammen mee te geven, het mocht immers niet zichtbaar zijn.

Dat maakt dat ik nu zo kan genieten van eten. Elk hapje proef ik, smaken zijn voor mij intens. Ik ben geen grote eter wel een goede eter, ik lust bijna alles. Toen ik net op mezelf woonde kon ik elke dag zelf voor eten zorgen, geen honger meer. Ik kookte ook elke dag ook voor mij alleen. En eten verspillen deed en doe ik zelden. Een sensatie was dat voor mij, elke dag eten, nooit meer honger.

Sinds ik getrouwd ben is het eetmoment voor mij belangrijk. We zitten altijd aan de eettafel, zelden een bord op schoot. Zo geniet ik meer van het eten. Een dieet is daardoor ook moeilijk voor mij, beperkingen met eten geeft flashbacks. Mezelf beperkingen opleggen is o zo moeilijk. Eten wat een obsessie werd ik ging er bijna aan onderdoor.

Mijn overgewicht is overigens niet gekomen door eten. Ik at en eet bewust, en zeker niet te veel, dat heb ik nooit gedaan. We zeggen allemaal wel eens oh ik heb honger en dan pakken we eten. Dat is voor de meeste van ons vanzelfsprekend. Dat was het voor mij als kind zeker niet. Zo niet vanzelfsprekend dat ik als ik nu buiten de eetmomenten honger heb, ik aan Tonnie vraag: “mag ik alsjeblieft een boterham”. En ook al zegt hij elke keer dit is jouw huis, je mag pakken wat je wil, vraag ik het de keer erop toch weer.

Natuurlijk is mijn verhaal niet te vergelijken bij mensen die in landen wonen waar nauwelijks eten is. Of mensen die door oorlogen niets te eten hebben. Zij lijden echte honger maar voor mij als kind was het zeker indrukwekkend en ziekmakend.

We weten allemaal wat een verschrikkingen er hebben plaatsgevonden in de tweede wereldoorlog. Nog maar enkele kunnen de verhalen, nu 74 jaar later nog vertellen. Deze mensen vertellen hun verhaal alsof het gisteren was, nog steeds geraakt door alles wat ze moesten meemaken. Mij raken deze verhalen, net als velen van ons ook. Niemand die zegt het is nu al zolang geleden hou erover op, vergeet het. Nee sterker nog we vinden dat de verhalen verteld moeten worden, dat we nooit mogen vergeten wat er is gebeurd. En terecht!

Het gekke is dat als je zelf met ernstige trauma’s te maken hebt gehad, zoals in mijn geval 25 jaar lang seksueel misbruik, mishandeling, vernedering, maar dat kan van alles zijn. Dan zegt iedereen al vrij snel. Je moet er eens over op houden. Vergeet het nu maar. Onze verhalen van verschrikking mogen niet verteld worden. Seksueel misbruik, mishandeling is niet iets van deze tijd, zolang er mensen zijn bestaat dit al. En zolang als er mensen zijn zal dit blijven bestaan, daarover maak ik me geen illusies. Honderden jaren van ernstig leed en we zwijgen. Juist door te vertellen wordt er steeds meer duidelijk, preventie, voorlichting het is zo belangrijk maar dat kan niet wanneer we onze mond moeten houden.

Begrijp me niet verkeerd ik wil geen enkel leed met elkaar vergelijken. Dat kan en mag ook niet, leed is persoonlijk en echt voor iedereen die geleden heeft onder wat dan ook!!

Er zijn talloze boeken van oorlogsleed te lezen, met verhalen die enger zijn dan de ergste horrorboeken. Onvoorstelbaar echt, en niemand die dit in twijfel trekt en dat is eveneens zo terecht!

Maar dan schrijft een incest/seksueel misbruik slachtoffer een boek, een artikel. Dan word je in twijfel getrokken helaas soms zelfs openbaar in bekende praatprogramma’s, in kranten en tegenwoordig op het internet. We vinden het onvoorstelbaar dat mensen dit doen, dat kan toch niet zeggen we dan. Als we een ding uit oorlogen kunnen leren is dat mensen tot onvoorstelbare dingen in staat zijn, dat mensen ander onvoorstelbaar leed kunnen aandoen en ja ook kinderen. Maar deze mensen die dat kunnen leven ook onder ons, misschien wel achter de voordeur bij je buren. Kinderen ook vandaag maken afschuwelijke dingen mee en ook dat mogen we nooit vergeten!!!

Welke trauma’s mensen ook aangedaan worden, het mag verteld worden, we mogen ervan leren. Zodat de toekomst mooier en veiliger zal zijn.

25 jaar lang is mijn lichaam gebruikt, misbruikt, mishandeld en verwaarloost. Het heeft onregelmatig eten gekregen, vele keren werd dit als straf overgeslagen. Snoep en koek kreeg het wel. Het werd geslagen en geschopt. Ik heb als kind in houdingen moeten liggen die een kind anatomisch gezien nog helemaal niet kan. Een groot, zwaar lijf op zich waarbij de adem je benomen werd. Het is onder water geduwd en gehouden. Het is opgesloten in een kast en soms zelfs in een diepvrieskist. Het heeft in 49 jaar nauwelijks een nacht fatsoenlijke slaap gekend. Het is jarenlang elke seconde vol spanning, stress en verhoogde alertheid geweest. Het hart heeft ontelbare keren als een gek tekeer gegaan. Het heeft heel veel pijn gekend.

Sinds een aantal jaren is die spanning, alertheid er nog wel maar veel minder. En sinds mijn lichaam meer ontspande kwamen de problemen. Maag/darm klachten, frozen shoulders, nierstenen, ernstige rugklachten, familiair te hoog cholesterol, morbide obesitas, diabetes, migraine, meer last dan ooit van de Hidradenitis suppurativa. Ik ben er van overtuigd dat nu er wat rust komt mijn lichaam de schade van al die jaren waarin het zo hard moest werken nu laat zien.

Ook de PTSS, de dissociatieve stoornis hebben gevolgen. Lichaam en geest werken samen ook dat geloof ik. En ik ben lang niet de enige, ik zie op facebook veel lotgenoten die kampen met (ernstige) lichamelijke problemen tot aan vechten tegen de dood aan toe. Het maakt me zo verdrietig dat na jarenlang vechten het vechten opnieuw begint. Wel valt me op dat velen en dat geld ook voor mij veel beter met de lichamelijke ziektes kunnen omgaan, een soort berusting van de situatie, en een vechtlust waar je alleen maar diep respect voor kan hebben.

Mijn lichaam heeft me ook lang niks kunnen schelen. Het was een vies, niet bij mij horend omhulsel. Er goed voor zorgen was een hele moeilijke opgave. Want waar je niet van houd kun je ook niet liefdevol verzorgen. Dat is wel anders geworden. Ik let nu op wat ik erin stop. Ik ga naar de schoonheidsspecialiste, ga op tijd naar de huisarts, huisartsenpost. Het is nog lang niet optimaal en dat is ook moeilijk nu het me zo vaak in de steek laat, pijn bezorgd. Maar ik laat de kop niet hangen. Integendeel ik steek mijn neus in de lucht en kom waar ik komen wil met scootmobiel, taxi hoe dan ook. En ik geniet, ik vergeet zeker niet te genieten. Zo kriebelt mijn man regelmatig liefdevol over mijn rug. Dan kan ik echt ontspannen én ik kan het voelen zo fijn. Zo heb ik manieren gevonden om mijn gehavende lijf liefde te geven. En daarin leer ik weer elke dag!

Getagd met , ,

Mag ik je voorstellen aan de Homo Sapiens, de wetenschappelijke naam voor de mens. De mens is er in allerlei kleuren, lengtes en breedtes. Elk mens is uniek en toch zijn we allemaal een Homo Sapiens. Gek toch eigenlijk dat we homo dan vaak als een scheldwoord gebruiken, vieze homo, ik hoor het vaker. Bekt zeker lekkerder als vies mens. En hoe vaak hoor je iemand roepen ik ben geen homo! Raar eigenlijk want dat ben je dus wel net zoals ieder ander mens op deze wereld.

Raar dan toch eigenlijk dat het woord homo betekend dat een man van een man houdt. Lesbienne is het woord voor vrouwen die van vrouwen houden. Vele noemen ze anders. Maar waarom, wie bepaald wat normaal is en wie wat anders is? We zijn tenslotte allemaal een homo sapiens dus zo veel anders is de een of de ander niet.

Het kan mij werkelijk geen donder schelen of je van mannen, vrouwen, beiden houdt. Het kan me geen donder schelen met wie je samenwoont, met wie je het bed deelt. Is dat voor mij in de omgang met jou van belang? Nee totaal niet. Ik vind je een leuk mens of een minder leuk mens. Dat heeft te maken in hoe je in de wereld staat, je ideologie, je karakter, je empathie, je emotionele intelligentie. Past dat bij mij dan vind ik je een leuk mens, ast dat niet bij mij, dan laat ik je passeren. Een leuke homo sapiens dus.

Welke kleur je huid heeft, wat je uiterlijk is, wat je geloof is, van welke mensensoort je houdt, welk kapsel je hebt, welke kleren je draagt is daarbij van geen enkel belang wat mij betreft. En als ik je niet leuk vind, dan heeft dat niets te maken met dat je geen leuk mens bent, dat betekend alleen dat wij niet zo goed bij elkaar passen, heel menselijk.

Er is voor mij maar een uitzondering in met wie je het bed deelt en dat is met kinderen. Daar trek ik wel mijn grens en is voor mij onacceptabel in welke vorm dan ook.

Laten we respect hebben voor de ander, ook al houdt die van een ander geslacht, ook al geloofd die iets anders, ook al ziet die er anders uit dan jij eruitziet. Wat kan er in godsnaam verkeerd zijn aan het oprecht houden van iemand, aan twee mensen die samen heel gelukkig zijn? Dat is toch wat we allemaal willen een stukje geluk? Neem die van jezelf en gun het de ander ook!

De meeste herinneringen uit mijn jeugd zijn allesbehalve prettig. Toch heb ik ook fijne herinneringen. Die aan mijn opa en oma (moeders kant). Ik herinner me de lange zomers waarin ik samen met opa in zijn tuis frambozen, aardbeien en bessen plukte. Heerlijk vredig geen boos woord, niets alleen rust. En daarna kreeg je van oma een glas limonade en een beschuit met net vers geplukte aardbeien en suiker, heerlijk ik kan die zoete geur nog ruiken. En dan walnoten in overvloed, opa kraakte ze omdat ik er nog niet sterk genoeg voor was.

Soms mocht ik er logeren, geweldig vond ik dat. In de avond iets lekkers krijgen, zomaar. Ik sliep op een steenkoude kamer, centrale verwarming hadden ze niet. Onder ouderwetse dekens en lakens. Ik ging dan altijd uit het raam gluren en keek naar de mensen die naar huis gingen vanuit het plaatselijke café. En ik weet nog de keer dat ik een mug op mijn kamer had. Mijn oma ging in lang nachthemd, met de krulspelden in gewapend met een krant de mug te lijf. Thuis kreeg ik nooit ontbijt. Maar opa vroeg altijd hoe ik mijn eitje wilde die ochtend. En ik at de ene na het andere knäckebröd met dik hagelslag en mijn zacht gekookt eitje, ik genoot daar van.

Opa en oma vonden het vreselijk toen ik in een internaat kwam te wonen. Ik heb ze in die 1 ½ jaar maar een keer gezien toen een oom ze ernaartoe reed. Niet dat ik zo heel ver weg zat maar ze hadden geen auto. Dat heeft me veel verdriet gedaan, ik miste ze. En die keer dat ik opa huilend aan de telefoon kreeg, ik had ze een brief geschreven, mijn vader-dader was daarachter gekomen en had opa bedreigd. Dat vond ik zo gemeen en verdrietig.

Mijn ouder-daders hadden regelmatig “ruzie” met opa en oma. Dat ging helemaal nergens om, maar dat is wat daders doen je isoleren. En daarna is het gewoon een kwestie van niet meer durven. Dankzij Tonnie nam ik weer contact met oma op (opa leefde niet meer). We hebben nog heerlijke jaren met haar gehad. We hebben haar mee uit eten genomen. Ze at bij ons op verjaardagen en als we mosselen aten, daar was ze dol op. Ik weet nog dat ik 4 kilo haalde voor 3 man. Tonnie een goede eter hield zich echt in. Toen de mosselen bijna op waren riep ze tegen Tonnie zowat heb jij veel gegeten, we lachten maar een keer ze was het zelf die zo goed gegeten had. Of de keer dat ik belde of ze al gegeten had, “ja, zei ze waarom?” Ach we wilde vragen of je mee uit eten gaat. Toen had ze plotseling bijna niks gegeten. Of de keer dat ik naast haar zat en haar eigenlijk een beetje uitlachte, ik kreeg letterlijk een draai om mijn oren, dan ben je 35!

Oma is 91 geworden en daar ben ik heel dankbaar voor, daardoor kreeg ik nog de tijd om haar weer in mijn leven te hebben. Ik denk met een glimlach aan mijn opa en oma terug en dat is mooi.

Al jarenlang is Juli een hele moeilijke maand voor mij. Mijn vader-dader en moeder-dader waren dan jarig op 27 en 31 juli. Dagen met hele akelige herinneringen die op die dagen telkens weer terugkwamen. En dat in een periode die voor mij altijd heel eenzaam was. Een lege agenda, dagen dat de muren op me af kwamen. Dat leidde steevast naar meer dissociëren, meer nachtmerries, me heel erg rot voelen.

Maar zoals je ziet schrijf ik in de verleden tijd. Mijn ouder-daders zijn dood, ze zijn niet meer jarig. En ze zullen ook nooit meer deel uitmaken van al mijn nieuwe herinneringen. Natuurlijk is het niet zo dat ik alles “vergeten” ben nu. Ja ik denk er nog aan, hoe akelig het was tijdens hun verjaardagen. Hoe ik nog net niet met een strik om het ultieme “cadeau” was. Maar op de een of andere manier komen de herinneringen niet meer zo hard binnen. Ze zijn er en veroorzaken geen dissociaties meer. Ze verknallen niet meer mijn hele dag. Het is er maar ook weer niet, lekker duidelijk hé.

Ook de lange lege agenda dagen deren me niet meer zo. Hiervoor had ik een volle agenda en ik kan ook weer uitkijken naar een volle agenda. Dat was een paar jaar geleden wel anders. Dan was er niets om naar uit te kijken. Als je agenda ervoor en erna voller is dan zijn die lege agenda weken zelfs wel prettig (dat ik dat ooit nog zou zeggen). En ik zit ook zeker niet meer dagenlang alleen binnen. Elke dag, mits het met het weer kan, ga ik er met Dirk op uit. En meestal is er wel hier en daar iets te kletsen.

Het geeft me een enorm gevoel van vrijheid dat het me niet meer al het ademen beneemt, dat de angst me niet meer overneemt. Dat ik die dagen doorkom met een traan in plaats van een stortbui.

Vandaag is ook de sterfdag van ons petekindje *Robin. Alweer 17 jaar geleden kwam ze dood op de wereld. Die dag staat ook in mijn geheugen gegrift. Als een verdrietige maar ook warme herinnering. Ik denk vandaag aan haar ouders die elke dag nog van *Robin houden en voor wie ze er altijd bij zal horen, net als dat voor ons geld, haar foto staat altijd op ons nachtkastje.

Hoeveel kan een leven veranderen, heel veel dus. En dat maakt dat ik een soort vrede voel die ik jaren nooit heb kunnen voelen. Het maakt dat ik nu me niet enorm eenzaam voel maar me verheug op wat er allemaal komen gaat. En het besef dat hoe zwart je wereld ook is, er is een weg naar dat piepkleine lichtje….

Ik zucht en leg het nieuwe boek van Astrid Holleeder neer. Ik heb al haar boeken gelezen en diep respect voor haar en de mensen om haar heen gekregen. Alhoewel onze situatie heel anders is weet ik heel goed hoe het is om jarenlang in angst te leven. Er wordt ook niet voor niets gezegd, “angst is een slechte raadgever”. Angst is verlammend en belemmerd je in je nadenken en in je doen en laten.

Mijn vader was een tiran, ik leefde op angst. Wanneer slaat hij me, sluit hij me op, verkracht hij me weer? De angst was erger dan de daden die hij deed. Het 24 uur per dag in spanning leven, niet weten of je de dag gaat overleven. Altijd op stand hoog alert staan. Elke spier in je lijf gespannen als een veer op de stand vluchten. Het doet letterlijk pijn, in je lijf, in je hoofd en in je hart. Je hart die zo vaak tekeergaat, in je keel klopt, overuren draait. Zelfs als ik dissocieerde was dat in standje angst. Verkrampt lijf, heel snel lopen, mijn lijf moest echt bijkomen erna.

Pas sinds een paar jaar kon ik de angst een beetje loslaten. Ik keek bij elk geluidje door de gordijnen dat leerde ik af (de buren zullen wel gedacht hebben). Vorig jaar in december is mijn vader-dader gestorven, dat ik afscheid kon nemen is daarin voor mij heel belangrijk geweest. Ik weet heel zeker dat hij dood is. Daar is de angst echt veel minder geworden. Oh ik ben nog steeds alert dat zit gewoon in mijn systeem ingebakken maar het belemmert me niet meer om de deur uit te gaan.

Ik ben er ook van overtuigd dat de stress, de angst er veel mee te maken heeft dat ik nu lichamelijke problemen heb. 47 jaar van je leven in angst leven, hoog alert zijn, stress dat gaat niet in je kouwe kleren zitten. Daar lijd je lichaam van is mijn overtuiging. Ik liep ook gedreven door de angst gewoon door, voelde mijn lijf nauwelijks. Dat is nu wel anders, nu ik meer ontspannen ben voel ik alles ook veel meer. Ik voel nu de signalen die mijn lijf me geeft.

Ik heb vaak gedacht als mijn vader-dader zo dreigde, vermoordt me maar dan ben ik overal vanaf. Toch was er altijd dat vlammetje dat zo graag wilde leven. Dat is het dubbele als je moegestreden bent en toch een soort oer instinkt het overneemt.

Ik hoop dat ook voor de Holleeder vrouwen er een moment komt dat ze de angst mogen loslaten en mogen leven in vrijheid. Wat zal dat een ervaring zijn, overweldigend, dat was het tenminste voor mij. Als mensen mijn boek lezen hoor ik vaak: “onvoorstelbaar dat dit in Nederland gebeurt”. Dat is precies wat ik denk als ik Astrids boeken lees onvoorstelbaar.

Knuffelen de meeste kinderen leren dit al als baby dan word je al te pas en te onpas door iedereen geknuffeld. Knuffelen kan heerlijk zijn, het geeft troost, geeft je een gevoel van geborgenheid en veiligheid, een warm gevoel van liefde, genegenheid. Kleine kinderen knuffelen zelfs elkaar om te zeggen ik vind jouw lief. Toch is knuffelen niet altijd fijn.

Weet je nog als kind dat je ouders zeiden vooruit geef oma, opa, tante, vrienden eens een knuffel en dat je dat niet wilde. Maar je ouders zeiden vooruit doe niet zo flauw. Dan deed je het toch maar. Weet je nog dat je het vreselijk vond een vieze plakzoen te krijgen? Of iemand die stonk die je dan toch moest knuffelen? Ja hé de meeste van ons herkennen dit wel. Toch zeggen we jaren later tegen onze eigen kinderen ook toe, doe niet zo flauw.

Raar eigenlijk we willen dat onze kinderen de waarde van nee zeggen leren, baas over eigen lijf te zijn en toch zeggen we geef oma eens een knuffel. Bij knuffelen kun je de kinderen dit al meegeven. Want hoe erg is het als je kind een keer geen knuffel wil geven? Betekend dit dat je kind minder van iemand houdt? Nee zeker niet. Van mij hoeft geen enkel kind mij te knuffelen als hij of zij dat niet wil. Ook een kind mag van mij zelf bepalen wie dit mag doen. Zelf wil ik ook niet altijd dat iemand mij knuffelt waarom zou ik dit dan wel van een kind vragen. Een kind heeft toch ook recht op baas te zijn over eigen lijf en op nee te zeggen?

We leren kinderen geen snoepjes aan te nemen van vreemden, niet in een vreemde auto te stappen en ga zo maar door. Toch is bekend dat de meeste daders van seksueel misbruik bekenden zijn. En juist dan leren we kinderen dat ze moeten kussen en knuffelen, dat ze niet zo flauw moeten doen. Hoe kan een kind dan in godsnaam weten dat als een bekende dader het kind benaderd, aanraakt, zoent dat dit foute boel is? Hoe kan een kind dan weten dat je dit tegen mamma of pappa kan zeggen, dat je dit niet leuk vindt? Een kind kent nog geen seksuele ladingen en weet dus niet dat knuffelen en een hand tussen je benen heel verschillende dingen zijn.

Leer daarom kinderen de waarde van nee, als je kind een bekende geen knuffel of zoen wil geven respecteer dat dan. Ook als een kind jou even niet wil knuffelen of zoenen. Dat is geen afwijzing, mogen vliegt je kind je weer om je nek. Dus als je zegt geef mamma eens een knuffel vindt het dan ook goed als je kind nee zegt alleen dan leert je kind dat je baas bent over je eigen lijf!

Water, het was altijd een probleem voor mij. Wij hadden vroeger een ligbad en mijn vader-dader vond het geweldig mij onder water te duwen. Ik weet nog dat ik als kind zwemles had en ineens niet het bad meer in wilde, schreeuwen, gillen, de zwemjuf snapte er niets van.

Water bleef moeilijk zelfs mijn haar wassen doe ik bij de fontein nooit in de douche want dan moet er water over mijn hoofd. Zwemmen? Ik moest er niet aan denken. 2 jaar geleden heb ik het nog geprobeerd met een vriendin, zwemmen. Al bleef ik in het ondiepe ik vond het vreselijk en voelde me heel onveilig.

Vorig jaar een badje thuis onder de veranda. Wat voelde ik me beschermd en toch wel lekker met heel warm weer. Soms alleen, soms met Tonnie maar ik ging er van genieten.

Dit jaar, een wat groter zwembad, dieper ook. Ik zit er dus tot bijna mijn nek in. Vanmorgen heel voorzichtig geprobeerd en het lukte. Vanmiddag weer en nu ben ik blij met groter en dieper. Kopje onder is nog geen optie maar voor mij is dit zo onwaarschijnlijk, ik die geniet van water. Ik had nooit gedacht dat dit voor mij nog mogelijk zou zijn. Laat de zomer nu maar komen, oh wacht die is er al 

In 1995 lukte het me eindelijk onder het juk van mijn ouder-daders uit te komen. Dat was meteen het laatste jaar dat ik Vaderdag vierde, gelukkig. Ik heb al vaker beschreven hoe akelig Vaderdag voor mij was daar ga ik nu niet meer op in. Mijn man zijn vader was al overleden toen ik hem leerde kennen ook daar geen Vaderdag, voor mij enkel een dag met nare herinneringen en dus een pijnlijke dag.

Dit jaar vierde ik voor het eerst weer Vaderdag, want hij is er niet meer. Ik denk aan iedereen die hun liefdevolle vader moeten missen en dolgraag nog een Vaderdag samen zouden willen zijn. Voor mij geld dat het juist een opluchting is een Vaderdag, wetende dat mijn vader-dader er niet meer is. Ik weet niet goed wat te geloven maar stel dat hij van boven mee kan kijken.

Dan zou hij zien hoe gelukkig ik met Tonnie ben, hoeveel respect mijn kanjer voor me heeft, hoe hij liefdevol voor me zorgt, me liefheeft. Vader-dader die zei dat niemand me ooit zou willen, niemand zou ooit van mij houden. Dan zou hij zien dat er meer mensen van mij houden, familie, vrienden. Dan zou hij zien dat ik fijn vrijwilligerswerk heb waar ik plezier aan beleef en waarin ik gerespecteerd word. Dan zou hij zien dat ik lezingen geef, mijn verhaal vertel om taboes te doorbreken, om anderen bewust te maken, om een stem te zijn voor velen. Hij zou zien hoe ik van Dirk geniet en hoe liefdevol ik voor Dirk ben (hij mishandelede de honden die we hadden).

Ik stel me zo voor dat hij knarsetandend toekijkt en zich kapot ergert. En ik zeg proost pa ik ben gelukkig en ondanks alles heb jij me er niet onderdoor gekregen. Jij was een vechter in de letterlijke zin. Dat karaktertrekje heb ik in figuurlijke zin. Ook ik bleek een vechter die niet opgaf en vocht voor een stukje kwaliteit van leven. Als ik nu lach is dat met alles in me, als ik nu geniet is dat met alles in me. Je hebt me vele jaren afgenomen. Je hebt me mijn jeugd afgenomen. Maar mijn toekomst? Die is en blijft van mij daar blijf jij buiten daar mag jij van bovenaf naar kijken samen met mijn moeder-dader. Het leven is weer van mij, ik ben uitgebroken, proost!

Top