Mag ik je voorstellen aan de Homo Sapiens, de wetenschappelijke naam voor de mens. De mens is er in allerlei kleuren, lengtes en breedtes. Elk mens is uniek en toch zijn we allemaal een Homo Sapiens. Gek toch eigenlijk dat we homo dan vaak als een scheldwoord gebruiken, vieze homo, ik hoor het vaker. Bekt zeker lekkerder als vies mens. En hoe vaak hoor je iemand roepen ik ben geen homo! Raar eigenlijk want dat ben je dus wel net zoals ieder ander mens op deze wereld.

Raar dan toch eigenlijk dat het woord homo betekend dat een man van een man houdt. Lesbienne is het woord voor vrouwen die van vrouwen houden. Vele noemen ze anders. Maar waarom, wie bepaald wat normaal is en wie wat anders is? We zijn tenslotte allemaal een homo sapiens dus zo veel anders is de een of de ander niet.

Het kan mij werkelijk geen donder schelen of je van mannen, vrouwen, beiden houdt. Het kan me geen donder schelen met wie je samenwoont, met wie je het bed deelt. Is dat voor mij in de omgang met jou van belang? Nee totaal niet. Ik vind je een leuk mens of een minder leuk mens. Dat heeft te maken in hoe je in de wereld staat, je ideologie, je karakter, je empathie, je emotionele intelligentie. Past dat bij mij dan vind ik je een leuk mens, ast dat niet bij mij, dan laat ik je passeren. Een leuke homo sapiens dus.

Welke kleur je huid heeft, wat je uiterlijk is, wat je geloof is, van welke mensensoort je houdt, welk kapsel je hebt, welke kleren je draagt is daarbij van geen enkel belang wat mij betreft. En als ik je niet leuk vind, dan heeft dat niets te maken met dat je geen leuk mens bent, dat betekend alleen dat wij niet zo goed bij elkaar passen, heel menselijk.

Er is voor mij maar een uitzondering in met wie je het bed deelt en dat is met kinderen. Daar trek ik wel mijn grens en is voor mij onacceptabel in welke vorm dan ook.

Laten we respect hebben voor de ander, ook al houdt die van een ander geslacht, ook al geloofd die iets anders, ook al ziet die er anders uit dan jij eruitziet. Wat kan er in godsnaam verkeerd zijn aan het oprecht houden van iemand, aan twee mensen die samen heel gelukkig zijn? Dat is toch wat we allemaal willen een stukje geluk? Neem die van jezelf en gun het de ander ook!

De meeste herinneringen uit mijn jeugd zijn allesbehalve prettig. Toch heb ik ook fijne herinneringen. Die aan mijn opa en oma (moeders kant). Ik herinner me de lange zomers waarin ik samen met opa in zijn tuis frambozen, aardbeien en bessen plukte. Heerlijk vredig geen boos woord, niets alleen rust. En daarna kreeg je van oma een glas limonade en een beschuit met net vers geplukte aardbeien en suiker, heerlijk ik kan die zoete geur nog ruiken. En dan walnoten in overvloed, opa kraakte ze omdat ik er nog niet sterk genoeg voor was.

Soms mocht ik er logeren, geweldig vond ik dat. In de avond iets lekkers krijgen, zomaar. Ik sliep op een steenkoude kamer, centrale verwarming hadden ze niet. Onder ouderwetse dekens en lakens. Ik ging dan altijd uit het raam gluren en keek naar de mensen die naar huis gingen vanuit het plaatselijke café. En ik weet nog de keer dat ik een mug op mijn kamer had. Mijn oma ging in lang nachthemd, met de krulspelden in gewapend met een krant de mug te lijf. Thuis kreeg ik nooit ontbijt. Maar opa vroeg altijd hoe ik mijn eitje wilde die ochtend. En ik at de ene na het andere knäckebröd met dik hagelslag en mijn zacht gekookt eitje, ik genoot daar van.

Opa en oma vonden het vreselijk toen ik in een internaat kwam te wonen. Ik heb ze in die 1 ½ jaar maar een keer gezien toen een oom ze ernaartoe reed. Niet dat ik zo heel ver weg zat maar ze hadden geen auto. Dat heeft me veel verdriet gedaan, ik miste ze. En die keer dat ik opa huilend aan de telefoon kreeg, ik had ze een brief geschreven, mijn vader-dader was daarachter gekomen en had opa bedreigd. Dat vond ik zo gemeen en verdrietig.

Mijn ouder-daders hadden regelmatig “ruzie” met opa en oma. Dat ging helemaal nergens om, maar dat is wat daders doen je isoleren. En daarna is het gewoon een kwestie van niet meer durven. Dankzij Tonnie nam ik weer contact met oma op (opa leefde niet meer). We hebben nog heerlijke jaren met haar gehad. We hebben haar mee uit eten genomen. Ze at bij ons op verjaardagen en als we mosselen aten, daar was ze dol op. Ik weet nog dat ik 4 kilo haalde voor 3 man. Tonnie een goede eter hield zich echt in. Toen de mosselen bijna op waren riep ze tegen Tonnie zowat heb jij veel gegeten, we lachten maar een keer ze was het zelf die zo goed gegeten had. Of de keer dat ik belde of ze al gegeten had, “ja, zei ze waarom?” Ach we wilde vragen of je mee uit eten gaat. Toen had ze plotseling bijna niks gegeten. Of de keer dat ik naast haar zat en haar eigenlijk een beetje uitlachte, ik kreeg letterlijk een draai om mijn oren, dan ben je 35!

Oma is 91 geworden en daar ben ik heel dankbaar voor, daardoor kreeg ik nog de tijd om haar weer in mijn leven te hebben. Ik denk met een glimlach aan mijn opa en oma terug en dat is mooi.

Al jarenlang is Juli een hele moeilijke maand voor mij. Mijn vader-dader en moeder-dader waren dan jarig op 27 en 31 juli. Dagen met hele akelige herinneringen die op die dagen telkens weer terugkwamen. En dat in een periode die voor mij altijd heel eenzaam was. Een lege agenda, dagen dat de muren op me af kwamen. Dat leidde steevast naar meer dissociëren, meer nachtmerries, me heel erg rot voelen.

Maar zoals je ziet schrijf ik in de verleden tijd. Mijn ouder-daders zijn dood, ze zijn niet meer jarig. En ze zullen ook nooit meer deel uitmaken van al mijn nieuwe herinneringen. Natuurlijk is het niet zo dat ik alles “vergeten” ben nu. Ja ik denk er nog aan, hoe akelig het was tijdens hun verjaardagen. Hoe ik nog net niet met een strik om het ultieme “cadeau” was. Maar op de een of andere manier komen de herinneringen niet meer zo hard binnen. Ze zijn er en veroorzaken geen dissociaties meer. Ze verknallen niet meer mijn hele dag. Het is er maar ook weer niet, lekker duidelijk hé.

Ook de lange lege agenda dagen deren me niet meer zo. Hiervoor had ik een volle agenda en ik kan ook weer uitkijken naar een volle agenda. Dat was een paar jaar geleden wel anders. Dan was er niets om naar uit te kijken. Als je agenda ervoor en erna voller is dan zijn die lege agenda weken zelfs wel prettig (dat ik dat ooit nog zou zeggen). En ik zit ook zeker niet meer dagenlang alleen binnen. Elke dag, mits het met het weer kan, ga ik er met Dirk op uit. En meestal is er wel hier en daar iets te kletsen.

Het geeft me een enorm gevoel van vrijheid dat het me niet meer al het ademen beneemt, dat de angst me niet meer overneemt. Dat ik die dagen doorkom met een traan in plaats van een stortbui.

Vandaag is ook de sterfdag van ons petekindje *Robin. Alweer 17 jaar geleden kwam ze dood op de wereld. Die dag staat ook in mijn geheugen gegrift. Als een verdrietige maar ook warme herinnering. Ik denk vandaag aan haar ouders die elke dag nog van *Robin houden en voor wie ze er altijd bij zal horen, net als dat voor ons geld, haar foto staat altijd op ons nachtkastje.

Hoeveel kan een leven veranderen, heel veel dus. En dat maakt dat ik een soort vrede voel die ik jaren nooit heb kunnen voelen. Het maakt dat ik nu me niet enorm eenzaam voel maar me verheug op wat er allemaal komen gaat. En het besef dat hoe zwart je wereld ook is, er is een weg naar dat piepkleine lichtje….

Ik zucht en leg het nieuwe boek van Astrid Holleeder neer. Ik heb al haar boeken gelezen en diep respect voor haar en de mensen om haar heen gekregen. Alhoewel onze situatie heel anders is weet ik heel goed hoe het is om jarenlang in angst te leven. Er wordt ook niet voor niets gezegd, “angst is een slechte raadgever”. Angst is verlammend en belemmerd je in je nadenken en in je doen en laten.

Mijn vader was een tiran, ik leefde op angst. Wanneer slaat hij me, sluit hij me op, verkracht hij me weer? De angst was erger dan de daden die hij deed. Het 24 uur per dag in spanning leven, niet weten of je de dag gaat overleven. Altijd op stand hoog alert staan. Elke spier in je lijf gespannen als een veer op de stand vluchten. Het doet letterlijk pijn, in je lijf, in je hoofd en in je hart. Je hart die zo vaak tekeergaat, in je keel klopt, overuren draait. Zelfs als ik dissocieerde was dat in standje angst. Verkrampt lijf, heel snel lopen, mijn lijf moest echt bijkomen erna.

Pas sinds een paar jaar kon ik de angst een beetje loslaten. Ik keek bij elk geluidje door de gordijnen dat leerde ik af (de buren zullen wel gedacht hebben). Vorig jaar in december is mijn vader-dader gestorven, dat ik afscheid kon nemen is daarin voor mij heel belangrijk geweest. Ik weet heel zeker dat hij dood is. Daar is de angst echt veel minder geworden. Oh ik ben nog steeds alert dat zit gewoon in mijn systeem ingebakken maar het belemmert me niet meer om de deur uit te gaan.

Ik ben er ook van overtuigd dat de stress, de angst er veel mee te maken heeft dat ik nu lichamelijke problemen heb. 47 jaar van je leven in angst leven, hoog alert zijn, stress dat gaat niet in je kouwe kleren zitten. Daar lijd je lichaam van is mijn overtuiging. Ik liep ook gedreven door de angst gewoon door, voelde mijn lijf nauwelijks. Dat is nu wel anders, nu ik meer ontspannen ben voel ik alles ook veel meer. Ik voel nu de signalen die mijn lijf me geeft.

Ik heb vaak gedacht als mijn vader-dader zo dreigde, vermoordt me maar dan ben ik overal vanaf. Toch was er altijd dat vlammetje dat zo graag wilde leven. Dat is het dubbele als je moegestreden bent en toch een soort oer instinkt het overneemt.

Ik hoop dat ook voor de Holleeder vrouwen er een moment komt dat ze de angst mogen loslaten en mogen leven in vrijheid. Wat zal dat een ervaring zijn, overweldigend, dat was het tenminste voor mij. Als mensen mijn boek lezen hoor ik vaak: “onvoorstelbaar dat dit in Nederland gebeurt”. Dat is precies wat ik denk als ik Astrids boeken lees onvoorstelbaar.

Knuffelen de meeste kinderen leren dit al als baby dan word je al te pas en te onpas door iedereen geknuffeld. Knuffelen kan heerlijk zijn, het geeft troost, geeft je een gevoel van geborgenheid en veiligheid, een warm gevoel van liefde, genegenheid. Kleine kinderen knuffelen zelfs elkaar om te zeggen ik vind jouw lief. Toch is knuffelen niet altijd fijn.

Weet je nog als kind dat je ouders zeiden vooruit geef oma, opa, tante, vrienden eens een knuffel en dat je dat niet wilde. Maar je ouders zeiden vooruit doe niet zo flauw. Dan deed je het toch maar. Weet je nog dat je het vreselijk vond een vieze plakzoen te krijgen? Of iemand die stonk die je dan toch moest knuffelen? Ja hé de meeste van ons herkennen dit wel. Toch zeggen we jaren later tegen onze eigen kinderen ook toe, doe niet zo flauw.

Raar eigenlijk we willen dat onze kinderen de waarde van nee zeggen leren, baas over eigen lijf te zijn en toch zeggen we geef oma eens een knuffel. Bij knuffelen kun je de kinderen dit al meegeven. Want hoe erg is het als je kind een keer geen knuffel wil geven? Betekend dit dat je kind minder van iemand houdt? Nee zeker niet. Van mij hoeft geen enkel kind mij te knuffelen als hij of zij dat niet wil. Ook een kind mag van mij zelf bepalen wie dit mag doen. Zelf wil ik ook niet altijd dat iemand mij knuffelt waarom zou ik dit dan wel van een kind vragen. Een kind heeft toch ook recht op baas te zijn over eigen lijf en op nee te zeggen?

We leren kinderen geen snoepjes aan te nemen van vreemden, niet in een vreemde auto te stappen en ga zo maar door. Toch is bekend dat de meeste daders van seksueel misbruik bekenden zijn. En juist dan leren we kinderen dat ze moeten kussen en knuffelen, dat ze niet zo flauw moeten doen. Hoe kan een kind dan in godsnaam weten dat als een bekende dader het kind benaderd, aanraakt, zoent dat dit foute boel is? Hoe kan een kind dan weten dat je dit tegen mamma of pappa kan zeggen, dat je dit niet leuk vindt? Een kind kent nog geen seksuele ladingen en weet dus niet dat knuffelen en een hand tussen je benen heel verschillende dingen zijn.

Leer daarom kinderen de waarde van nee, als je kind een bekende geen knuffel of zoen wil geven respecteer dat dan. Ook als een kind jou even niet wil knuffelen of zoenen. Dat is geen afwijzing, mogen vliegt je kind je weer om je nek. Dus als je zegt geef mamma eens een knuffel vindt het dan ook goed als je kind nee zegt alleen dan leert je kind dat je baas bent over je eigen lijf!

Water, het was altijd een probleem voor mij. Wij hadden vroeger een ligbad en mijn vader-dader vond het geweldig mij onder water te duwen. Ik weet nog dat ik als kind zwemles had en ineens niet het bad meer in wilde, schreeuwen, gillen, de zwemjuf snapte er niets van.

Water bleef moeilijk zelfs mijn haar wassen doe ik bij de fontein nooit in de douche want dan moet er water over mijn hoofd. Zwemmen? Ik moest er niet aan denken. 2 jaar geleden heb ik het nog geprobeerd met een vriendin, zwemmen. Al bleef ik in het ondiepe ik vond het vreselijk en voelde me heel onveilig.

Vorig jaar een badje thuis onder de veranda. Wat voelde ik me beschermd en toch wel lekker met heel warm weer. Soms alleen, soms met Tonnie maar ik ging er van genieten.

Dit jaar, een wat groter zwembad, dieper ook. Ik zit er dus tot bijna mijn nek in. Vanmorgen heel voorzichtig geprobeerd en het lukte. Vanmiddag weer en nu ben ik blij met groter en dieper. Kopje onder is nog geen optie maar voor mij is dit zo onwaarschijnlijk, ik die geniet van water. Ik had nooit gedacht dat dit voor mij nog mogelijk zou zijn. Laat de zomer nu maar komen, oh wacht die is er al 

In 1995 lukte het me eindelijk onder het juk van mijn ouder-daders uit te komen. Dat was meteen het laatste jaar dat ik Vaderdag vierde, gelukkig. Ik heb al vaker beschreven hoe akelig Vaderdag voor mij was daar ga ik nu niet meer op in. Mijn man zijn vader was al overleden toen ik hem leerde kennen ook daar geen Vaderdag, voor mij enkel een dag met nare herinneringen en dus een pijnlijke dag.

Dit jaar vierde ik voor het eerst weer Vaderdag, want hij is er niet meer. Ik denk aan iedereen die hun liefdevolle vader moeten missen en dolgraag nog een Vaderdag samen zouden willen zijn. Voor mij geld dat het juist een opluchting is een Vaderdag, wetende dat mijn vader-dader er niet meer is. Ik weet niet goed wat te geloven maar stel dat hij van boven mee kan kijken.

Dan zou hij zien hoe gelukkig ik met Tonnie ben, hoeveel respect mijn kanjer voor me heeft, hoe hij liefdevol voor me zorgt, me liefheeft. Vader-dader die zei dat niemand me ooit zou willen, niemand zou ooit van mij houden. Dan zou hij zien dat er meer mensen van mij houden, familie, vrienden. Dan zou hij zien dat ik fijn vrijwilligerswerk heb waar ik plezier aan beleef en waarin ik gerespecteerd word. Dan zou hij zien dat ik lezingen geef, mijn verhaal vertel om taboes te doorbreken, om anderen bewust te maken, om een stem te zijn voor velen. Hij zou zien hoe ik van Dirk geniet en hoe liefdevol ik voor Dirk ben (hij mishandelede de honden die we hadden).

Ik stel me zo voor dat hij knarsetandend toekijkt en zich kapot ergert. En ik zeg proost pa ik ben gelukkig en ondanks alles heb jij me er niet onderdoor gekregen. Jij was een vechter in de letterlijke zin. Dat karaktertrekje heb ik in figuurlijke zin. Ook ik bleek een vechter die niet opgaf en vocht voor een stukje kwaliteit van leven. Als ik nu lach is dat met alles in me, als ik nu geniet is dat met alles in me. Je hebt me vele jaren afgenomen. Je hebt me mijn jeugd afgenomen. Maar mijn toekomst? Die is en blijft van mij daar blijf jij buiten daar mag jij van bovenaf naar kijken samen met mijn moeder-dader. Het leven is weer van mij, ik ben uitgebroken, proost!

Ik krijg nogal eens de vraag of ik mijn boek zelf heb geschreven. Laat daar geen misverstand over verstaan, ja ik heb het zelf geschreven op het voor en nawoord van Maria na. Wel is het zo dat mijn verhaal opschrijven nog geen boek is, verre van zelfs. En in dat proces ben ik van begin tot eind door Maria intensief begeleid. Welk stuk moet korter, welk stuk moet uitgebreider. Hoe vertel je beeldend, hoe neem je de lezer mee in je verhaal. Eindeloos heb ik herschreven totdat het een echt boek was.

Zonder het dag en nacht meewerken van Maria was het nooit dit boek geworden, maar elke letter is door mij geschreven, nu ja getypt dan hé. Het is voor mijn gevoel dan ook echt mijn boek.

De titel is uiteindelijk bedacht door de uitgever, het is een heftige maar wel pakkende titel. De omslag gemaakt door Lisette Beentjes is door ons allemaal samen uitgezocht. Lisette leverde ons enkele voorbeelden aan en deze had meteen mijn en gelukkig ook die van Maria en de uitgevers voorkeur.

Wat ik wel jammer vond en nog steeds vindt is dat de boekpresentatie in Heemskerk was (woonplaats van Maria), Ik had hem zo graag in Helmond gehad zodat onze familie en vrienden erbij konden zijn. Mensen die voor mij belangrijk zijn, mensen die een rol speelde in het boek. Dat kon nu helaas niet omdat het echt te ver weg was. Dat was voor mij wel heel moeilijk niet de mensen om me heen te hebben die me zo geholpen hebben. Gelukkig was mijn man en twee vriendinnen er wel bij. En het was een succes het was erg druk.

Ik ben dankbaar dat ik deze kans gekregen heb, dat het al door zovele mensen is gelezen. Dat er nog elke week reacties komen uit alle hoeken van de samenleving, dat we op de 11de druk zitten. En ik ben verdrietig omdat het voor (te) veel mensen herkenbaar is. Dat ik berichten krijg van jongeren die dit nu ook meemaken. Wat zou het mooi zijn als mijn boek niet meer als herkenbaar bestempeld wordt.

En ik ben iedereen dankbaar die de moeite heeft genomen Het Duivelskind te lezen!

Ik afgelopen zomer in het badje in mijn roze badpak met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht.

Gister keek ik 5 uur live waar Angela Groothuizen zat om te praten over het programma Obese wat zij presenteert. Meermalen hoorde ik haar zeggen: “Deze mensen schreeuwen de hele tijd van de honger”. Daar gaan we weer, Obesitas doe je zelf, het wordt veroorzaakt door veel te veel te eten. En ja dat is een van de oorzaken, maar niet iedereen met Obesitas heeft eetbuien of eet veel te veel. Het doet me pijn want dat maakt dat ik weer veroordeeld word. Als ik op een feestje een gebakje pak zie je mensen denken, eigen schuld dikke bult. Ja ik heb morbide obesitas hoe dat is ontstaan ga ik je vertellen.

Toen ik mijn man leerde kennen was mijn BMI-index 28 dat is licht overgewicht maar zeker niet zorgwekkend. Ik lijk op mijn opa, klein en gedrongen. Was altijd al stevig maar niet schrikbarend. Ik ben altijd een goede eter geweest, daarmee bedoel ik dat ik veel lust, ook vis, groente en noem maar op. Een grote eter ben ik nooit geweest, integendeel zelfs. Dan komt de periode dat is psychisch zwaar in de knel kom te zitten en medicijnen krijg. Van de medicijnen voor je psyché is bekend dat het vaak gewichtstoename veroorzaakt, wat ik toen overigens niet wist. En sluipend werd ik steeds dikker. Tot ik uiteindelijk 86 kilo woog (ik ben 1.52) nu had ik echt overgewicht. Ik voelde me doodongelukkig met dat zware lijf, nu was ik geworden wat mijn vader-dader altijd al tegen me zei een dik mormel.

Ik kon een tijd stoppen met de medicatie maar afvallen lukte niet echt, wat ik ook probeerde. Maar ik kwam weer psychisch in de knel en ja dus weer medicijnen, meer en meer. Bewegen deed ik wel, door mijn dissociatieve stoornis liep ik urenlang over de straat. Dan komen ze er bij toeval achter dat ik een erfelijk belast cholesterol heb. Moeilijk onder controle te krijgen, en ja weer medicijnen en ook deze hadden als bijwerking gewichtstoename. En daar gingen we weer ik werd weer zwaarder.

Ik heb veel gedaan, heb meer dan een jaar streng gelijnd, bijna alle koolhydraten de deur uit, gezond eten (wat ik al deed trouwens). Calorieën bijhouden, ik zat op de 1100 tot 1200 per dag, niet omdat ik streng lijnde, ik kon gewoon niet meer op. In plaats van lichter werd ik mondjesmaat zwaarder. Eten werd een obsessie, ik was er op het laatst de hele dag in mijn hoofd mee bezig. Bestudeerde alle etiketten, dacht na bij elk hapje wat ik in mijn mond stopte. Ik werd er helemaal gek van.

Aan de andere kant kreeg ik pijn in mijn rug, eerst een beetje en dat werd steeds heftiger. Na een lange weg en na een paar jaar pijn bleek dat ik een hernia en een lumbale stenose had. Bij zitten heb ik geen pijn maar bij lopen en stilstaan wordt de pijn heel heftig. Zo heftig dat ik een scootmobiel nodig had. Een verademing om weer mobiel te zijn maar bewegen wordt daardoor wel een probleem.  Ook heb ik Hydradenitis suppurativa een ernstige huidziekte die zeer pijnlijke ontstekingen veroorzaakt (heb ik al sinds mijn 9de). Ook dat maakt vaak dat bewegen te pijnlijk is.

Inmiddels heb ik ook diabetes, niet alleen door het overgewicht, het is ook een bijwerking van een van mijn medicijnen. Een aanvaardbaar risico noemde de internist het. Sinds een paar jaar is het psychisch een stuk stabieler. Alleen het eten was een obsessie nu. Op het advies van de huisarts en diëtiste heb ik het strenge diëten losgelaten. Ik let nu goed op maar geniet wel weer. Op het moment dat ik dat besloot heb ik een BMI-index van 41 en heb ik kledingmaat 52 en ja dat is morbide obesitas. Overigens ben ik wonder boven wonder na deze beslissing niet meer aangekomen.

Ik probeer nu mijn lijf te accepteren, ik heb er fysiek geen last van in de zin dat ik geen veters meer kan strikken, dat is nog steeds geen enkel probleem. Ook mijn favoriete zit, de kleermakers zit is nog steeds fijn en geen enkel punt. Een maagverkleining is op dit moment geen optie voor mij. Ik koop leuke, kleurrijke kleren en verzorg me goed. Ik vind het nog steeds erg moeilijk om in de spiegel te kijken en dank dan ben ik dit echt? Door me te veroordelen, door te oordelen of door alle goedbedoelde maar pijnlijke adviezen maak je het me niet makkelijker. Daardoor wordt het schuldgevoel niet minder maar juist erger. Jezelf accepteren is niet makkelijk als de maatschappij je uitkotst. Kijk niet naar mijn lijf, veroordeel mijn lijf niet maar kijk naar mij, naar Angélique, naar wie ik ben, naar wie ik voor je kan zijn.!

Je hoort het zo vaak zeggen moederliefde is onvoorwaardelijk. We gaan er klakkeloos vanuit dat moeders lief en zorgzaam zijn en vechten als een leeuw voor hun kinderen. Maar is dat wel zo? Nee zeker niet er zijn moeders die hun kinderen mishandelen, verwaarlozen en ja ook misbruiken. Kijk maar naar het recent geplaatste verhaal van een agent in de Zaanstreek die twee zwaar verwaarloosde kinderen aantrof. Ze spraken zelfs een eigen taal. Ze zaten in een snikhete woning, alleen opgesloten door hun moeder. (https://www.ad.nl/binnenland/agent-beschrijft-vondst-zwaar-verwaarloosde-jochies-in-flat-ze-vertoonden-dierlijk-gedrag~a22e3023/)

Dan zijn er nog de moeders die je verre van beschermen. Die toekijken als hun kind mishandeld of misbruikt worden en helemaal niets doen. Die als je eindelijk durft te vertellen over het misbruik, je niet geloven of jouw zelfs de schuld geven. Een enorm eenzaam gevoel voor een kind of jongere. Als je eigen moeder niets doet of het zelfs niet geloofd waar moet je dan naartoe? In mijn ogen ook een ernstige vorm van mishandeling.

Mijn eigen moeder was zo, ze deed helemaal niets en keek letterlijk toe. Nog nooit heeft ze me beschermd. Ze heeft me zelfs mee misbruikt. Alsof je hele wereld instort. Een gesprek met mijn moeder over de mishandelingen en misbruik is altijd onmogelijk gebleven. Tot aan haar dood stond ze vierkant achter hem, mijn vader-dader. Dat heeft zo ongelofelijk veel pijn gedaan. Ze liet me direct als een baksteen vallen toen ik op mijn 25ste aangifte deed en tot haar dood heb ik haar ook nooit meer gesproken, ik bestond simpelweg niet meer.

Vandaag is het moederdag, ik heb hier al heel lang niks meer mee. Ik had al lang voor ze stierf geen moeder meer. En zelf moeder worden is me nooit gegeven. Toch is die pijn niet meer zo rauw, het heeft een zachter randje gekregen door alle mooie dingen die ik nu in mijn leven heb. Ik laat het verdriet even toe en geniet dan weer, ook van deze toch wel beladen dag.

Voor iedereen die wel een liefdevolle moeder heeft of is heb een mooie moederdag. Voor al degene die hun moeder nu extra missen om welke reden dan ook, sterkte.