Sinterklaas

Als klein meisje weet ik nog dat ze zeiden dat als je stout was dat zwarte Piet je in de zak stopte en je mee nam naar Spanje. Dat leek mij DE oplossing, ik zou tegen zwarte Piet zeggen dat pappa stout is en dan werd hij meegenomen en dan eindelijk, eindelijk zou hij me geen pijn meer doen. En daar stonden we bij de optocht, ik klampte zwarte Piet aan en zei dat pappa stout was, deze zwarte Piet had een hele grote zak bij dat zou vast passen. Dan neem ik hem mee naar Spanje zei hij en lachend keek hij mijn ouders aan. Wat was ik blij, zo blij was ik in jaren niet geweest. Maar hij liep door en vergat mijn vader-dader mee te nemen. Ik moest zo hard huilen. De volwassenen om mij heen lachte en zeiden: “meisje je hoeft niet bang te zijn, hij neemt hem niet echt mee’’. Ik was niet bang nog nooit was ik zo teleurgesteld als je Sinterklaas en zwarte Piet, DE kindervrienden niet kon vertrouwen, wie dan nog wel?

Wat speelgoed betreft kwam ik niks te kort, mensen noemden me verwend, ik had alles. Het piratenschip van playmobiel, het ridderkasteel van lego, de nieuwste barbies en wat daarbij hoorde. Wat ben jij een bofkont werd er gezegd en ik werd eens over mijn bol geaaid. Als die mensen eens konden zien, de blauwe plekken onder mijn kleren. Als ze de pijn in mijn onderlichaam eens konden voelen omdat ik die nacht weer met grof geweld verkracht was. Als ze de pijn in mijn hart een konden voelen omdat ik weer een duivelskind, een nutteloos ding, een gedrocht genoemd was. Ja wat was ik verwend ik had alles wat mijn hartje begeerde toch?

Wat had ik kraag gewoon wat potloden gehad zoals mijn klasgenootje en sokken maar wel een hoop liefde. Een gezellig huisje met warme chocomel, pepernoten en mensen om je heen die van je houden. Al het speelgoed dat ik had zou ik daarvoor weg willen geven. Het kon me niet schelen al dat speelgoed. Ondankbaar noemden mijn ouders-daders me. Het kinderfeestje was voor mij een trauma elk jaar weer.

Ik vier nog steeds geen Sinterklaas. Geld voor cadeautjes is er niet. Maar veel belangrijker liefde is er nu wel op alle fronten en dat is mijn grootste cadeau ooit. Ik probeer op 5 december extra lekker eten te maken. En dan geniet ik samen met Tonnie. In de avond kijken we Paul de Leeuw en Sinterklaas. En de discussie hoe zwarte Piet eruit ziet? Lekker belangrijk voor vele kinderen is het geen feest. Omdat ze mishandeld, vernederd en misbruikt worden óók op Sinterklaas. En vele kinderen krijgen nauwelijks cadeautjes omdat hun ouders in armoede leven. De tranen van al deze kinderen daar zouden we ons druk om moeten maken!

De laatste dag woord tot de professionals

Vandaag eindigt de week tegen kindermishandeling 2018. In het hele land zijn er activiteiten geweest en is er veel inzet van geweldige ervaringsdeskundigen geweest. Heel veel professionals rondom kinderen, en dat zijn er nogal wat, zijn naar een of meer activiteiten geweest. Hopelijk hebben jullie daar weer mooie dingen uitgehaald.

Zo was er bij mijn lezing een beleidsmedewerker die nog nooit eraan gedacht had tandartsen te betrekken. Voor iemand die seksueel misbruik heeft meegemaakt is de tandarts een hel. Er wordt iets in je mond gestopt/gedaan. Ik hoef denk ik niet uit te leggen waarom dat zo verschrikkelijk is. Toch worden tandartsen bijna nooit betrokken in deze week.

Zie ons, hoor ons, kijk naar ons ik hoop dat je dat meegekregen hebt. Alleen al echt gezien worden maakt een verschil. Een oprecht luisterend oor bieden. We zijn geen protocollen, casussen, procedures. We zijn mensen met elk een uniek verhaal, met elk onze unieke behoeftes. Heel belangrijk geef mensen ook eigenwaarde, laat ze meedenken, doe een beroep op hun eigen kunnen, geef ze een stukje zelfregie. Ik mocht er nooit over praten, stabiliseren zei men en praten zou dat overhoophalen. Soms moet je overhoophalen, naar de grond om weer op te kunnen bouwen. Ben daar niet bang voor. Ik schreef uiteindelijk een boek om zo te kunnen praten. Ga niet boven maar naast ons staan. Gun ons het verdriet, de pijn, de afschuw dat is rouw en dat heb je nodig.

Praat ook vooral mét kinderen en niet alleen over kinderen. Geef ze een stem, laat ze het in hun woorden vertellen, tekenen, schrijven. Maar laat ze vooral zien dat je hen ziet. Ik heb me jarenlang heel onzichtbaar gevoeld omdat geen enkele volwassenen me zag. Laat staan me ooit vroeg hoe gaat het met je? Zoals een lotgenoot zei een beker chocomel doet soms meer wonderen dan wat dan ook.

Wat mij heel erg geholpen heeft is toen er een beroep werd gedaan op mijn kunnen. Lang is vooral benadrukt wat ik niet kon, wat mijn beperkingen waren. Tot er gekeken werd naar wat wel mijn mogelijkheden waren. Een stukje zelfregie, eigenwaarde, zelfvertrouwen wat daardoor groeide.

Vaak is praten alleen niet genoeg. Vergeet lichaamsgerichte therapie niet. Dat kan zo belangrijk zijn. Velen houden niet meer van hun lichaam en zijn ervan vervreemd. Je eigen lichaam weer leren accepteren, er weer van leren houden kan een heel belangrijke stap in je herstel zijn.

Ben alert op signalen, en vooral ben niet bang om te melden! Als professional kan jij het verschil maken voor een kind die mishandeld, misbruikt, verwaarloosd wordt. Kan je het verschil maken in het herstel van een volwassene. Maar vooral zie dat kind, sta naast dat kind, zie de volwassene, sta naast de volwassene. Dank je wel voor je inzet en maak het verschil!

Dader(s) in beeld, dag 5, hoe maak jij het verschil?

De week tegen kindermishandeling 2018

Het thema van dit jaar is: “Maak jij het verschil”. In mijn blogs de afgelopen dagen heb ik mijn daders in beeld laten zien. We woonden niet op een hutje op de heide, we hadden een omgeving. Familie die zag en hoorde hoe ik mishandeld werd en uitgescholden. Buren die ons s ’nachts wel hoorde maar ja. Leraren die wel opviel dat ik stil was, geen vriendjes had, vaak buikpijn en/of hoofdpijn had. Buurtgenoten die zagen hoe ik in de plaatselijke supermarkt tegen de grond geslagen werd. Een klasgenootje wat erbij was toen hij me tegen de grond sloeg. Een nichtje dat door hem van de trap af gegooid is. Buurtgenoten die opviel dat ik nooit buiten speelde. Een voogd die niet de moeite nam mij n vertrouwen te winnen maar me telkens terug naar huis stuurde. De zwemles waar ik plotseling niet meer in het water durfde. Een huisarts die het wel wist maar tegen de politie zei het gaat wel over. Met 30 graden truien met lange mouwen dragen en nog legio meer signalen.

Al die volwassenen in mijn omgeving deden niets. Soms hoor ik wel eens hoe kan dat nu jaren duren zonder dat iemand iets merkt. Inderdaad, dat is ook niet zo, natuurlijk merkt de omgeving iets. Het gaat erom wat ze er mee doen en dat is vaak niets en daardoor duurt kindermishandeling, kindermisbruik jaren. Als kind was ik ontzettend eenzaam, geen enkele volwassenen in mijn omgeving hoorde of zag me.

Daarin kan ook jij het verschil maken. Je hoeft niet meteen een kind te “redden”. Zet eens een kop thee, ga samen rustig aan tafel zitten en vraag gewoon eens hoe gaat het met je? Ga samen iets leuks doen. Laat gewoon merken dat je dit kind ziet, dat het niet onzichtbaar is. Ga een kind niet uithoren, of moeilijke vragen stellen, daar zijn de professionals voor. Ben die volwassenen in dat kind zijn leven die het verschil maakt. De buurvrouw, de leraar, de tante/oom, de oma/opa, de trainer allemaal mensen die dit verschil kunnen maken.

Melden, tja wat als ik het nu fout heb en er niets aan de hand is? Stel ik de wedervraag, stel dat er wel iets aan de hand is en doordat ik het niet meld kan het nog jarenlang doorgaan? Hoe sneller er hulpverlening is, hoe minder groot de schade voor dat kind is. Ben alert op de kinderen in je omgeving. Zij kunnen de situatie niet veranderen, daar zijn volwassenen voor nodig. Denk niet dat doet iemand anders wel, wat die iemand anders denkt precies hetzelfde. Laat het niet alleen aan de professionals over, die zien het kind niet, die lopen niet door de straten, speurend naar kinderen. Nee u bent de eerste ogen en oren.

Kijk op de website van voor een veilig thuis wat je kunt doen: https://www.vooreenveiligthuis.nl/ Vraag een vertrouwelijk gesprek aan met je wijkagent en deel je zorgen. Deel je zorgen met de school van het kind. Er zijn mogelijkheden om je zorgen te delen, te uiten. Maak jij het verschil?

Dader(s) in beeld, dag 4

De week tegen kindermishandeling 2018

Knuffelen met je kind, je liefde geven, dat is ontzettend belangrijk op alle leeftijden, daar moeten we nooit mee stoppen. Voor mij echter was knuffelen beladen. Mijn vader-dader knuffelde me zelden. Tenminste niet op de manier waarop knuffelen bedoeld is. We kunnen kinderen met knuffelen ook al leren wat de waarde van nee zeggen is. Oftewel als je kind niet wil respecteer dat, accepteer het nee van je kind. Daarmee leert deze al snel dat baas zijn over je eigen lijf kan. En ach morgen komt je kind weer wel lekker met je knuffelen.

In ons huis was nee van geen enkele betekenis. Het deed er niet toe wat ik wilde en of ik wel wilde. Niet voor mijn vader-dader maar ook zeker niet voor mijn moeder-dader. Waar ik me in het begin nog wel verzette tegen de wurggreep knuffels en kussen leerde ik dat al snel af. Het werd alleen maar erger door te verzetten. Dan deed het pijn doordat ik met geweld vastgehouden werd. De naam knuffel mocht het niet hebben. Dat is een daad uit liefde en dat was het niet.

Ik leerde als kind niet wat liefde, houden van, affectie betekend. Ik leerde dat ik niets maar dan ook helemaal niets over mijn eigen lichaam te zeggen had. Dat lichaam leek na een tijd ook van me los te staan, niet meer bij mij te horen. Het werd een omhulsel waar volwassen mee konden doen wat ze wilde. Ik vond het op een gegeven moment normaal dat mijn lijf mishandeld en misbruikt werd, daar was het voor in mijn ogen.

Als ik 26 ben leer ik mijn man kennen. Tonnie was zo heel anders. Zijn knuffel was geen houtgreep maar voelde zacht en liefdevol. In het begin vond ik het verschrikkelijk eng en verstijfde. Hij respecteerde me. Langzaam leerde hij me wat liefde krijgen betekend. Hij leerde me dat ik altijd nee mocht zeggen. Nu 22 jaar later ben ik dol op knuffelen. Ik kan ze nu geven en ook nemen en dat is een heel waardevolle toevoeging aan mijn leven nu!

Dader(s) in beeld, dag 3

De week tegen kindermishandeling 2018

Met je kind in bad, samen heerlijk ontspannen, dat kan zo puur, zo mooi zijn. Dat was het voor mij niet. Met vader-dader moest ik regelmatig in bad. Volgens hem was ik altijd vies, hij leerde me hoe ik mezelf schoon moest maken. Met een schuursponsje en met een pot Jif (schuurmiddel) kom je heel ver. Pas toen ik samenwoonde en mijn man me zo onder de douche mezelf zag boenen, leerde ik dat dit niet normaal was. Mijn man leerde me douchen met een zachte spons en douche crème. Echt een openbaring voor mij dat je huis ook fijn kan aanvoelen na het douchen.

Hij raakte me overal aan waar dat maar kon met het in bad zijn samen. Op onze “speciale” plekken waste hij me extra goed en extra hard, dat deed pijn, veel pijn en de zeep prikte. Altijd na het in bad met hem had ik een brandend gevoel en jeuk daaronder. Nooit mocht de badkamerdeur op slot, ook niet toen ik al een tiener was, hij wilde ten aller tijden kunnen kijken of meedoen. De badkamer was een akelige plek met vele nare herinneringen.

Wat ook favoriet bij hem was, was mijn hoofd onder water duwen. Het gevoel dat je geen lucht meer krijgt, denken dat je doodgaat dat is zo afschuwelijk. Dan had ik nog liever dat hij me schoonboendde op zijn manier. Ik weet nog dat ik zwemles had en dat ging heel goed, tot ik ineens met geen stok meet het water in te krijgen was. De badmeester begreep er niets van, ik deed het zo goed. Maar water was een doodsangst geworden, waar je ver weg van moest blijven.

Ook nu vandaag de dag douche ik niet graag. Maak je niet ongerust ik douche elke dag, persoonlijke verzorging vind ik immers belangrijk. Ik pak altijd de douchekop in mijn hand. Ik ga nooit maar dan echt nooit onder de straal staan. Mijn haar was ik in de wastafel zodat ik niet vol onder het water hoef. Zwemmen? Ik heb het dit jaar nog een keer geprobeerd maar het zijn te veel angsten, teveel triggers. Water blijft een probleem voor mij, zelf nu nog.

Dader(s) in beeld, dag 2

De week tegen kindermishandeling 2018

Als kind had ik twee opa’s. Het verschil kon niet groter zijn. De ene, lieve opa vroeg me hoe ik in de ochtend mijn eitje wilde, hard of zachtgekookt. De andere, de akelige opa vroeg of ik mijn benen verder uit elkaar kon doen.

De lieve was de vader van mijn moeder, de akelige van mijn vader. Het gezegde; “de appel valt niet ver van de boom” is hier zeker van toepassing. Ik was een jaar of acht toen mijn vader-dader me naar opa-dader bracht en me achterliet. Het huis van opa-dader stonk altijd verschrikkelijk naar verbrande spek. Spek doorbakken was iets wat de man elke dag wel deed in mijn ogen. Ik vond het niet fijn, ik vond opa-dader een akelige man. Mager, gele vingers, gele tanden, stinkend naar alcohol, nooit vriendelijk en akelige, geniepige ogen.

En mijn voorgevoel was goed, ik wist het, hoe klein ik ook was, al ook hij zou aan me zitten, in me zitten. Ook hij hield van kleine, schattige meisjes. Ook hij scheurde mijn lichaam in tweeën. Daar bleef het niet bij, hij nodigde wel eens wat vrienden uit die voor een beetje geld ook wel eens aan mij mochten zitten. En ik? Ik dacht dat dit normaal was, dit was mijn leven. Ik verdiende dit als slecht kind.

Mijn hersenen konden dit niet aan, mijn lichaam kon dit niet aan. Ik trad uit mezelf, maakte het niet echt mee. Fantaseerde dat ik in een sprookjeswereld was waar alles lief en vredig was. Mijn hersenen maakte wat ik lang kortsluiting noemde, nu weet ik dat dit dissociëren heet. Daar begon ik deze overlevingstechniek te ontwikkelen. Als kind moet je een weg zoeken om alles wat er met je lijf en geest gebeurt te behappen.

Op mijn 12de stopte dit weer en was ik van opa-dader af. Maar in mijn geest en lichaam was ik er nooit vanaf. Ik bak nu nog wel eens spek, Tonnie vindt dat erg lekker. Dat doe ik, ook midden in de winter met de achterdeur wagenwijd open, om de geur maar niet in huis te hebben.

Dader(s) in beeld, dag 1

De week tegen kindermishandeling 2018

Ik word wakker en heb meteen een rot gevoel. Vandaag is hij jarig mijn dader-vader. Dat betekent “feest”. Maar zijn idee van feest is zo heel anders dan taartjes, slingers, blije mensen, dansen. Nee zijn idee is allereerst zoenen. Geen lief zoentje nee tongzoenen. Zo smerig vind ik dat het smaakt naar verschraald bier en sigaretten, heel smerig. Maar ik moet wel want anders vind hij me helemaal niet lief.

Ik geef hem het cadeautje wat ik samen met mamma heb uitgezocht. Hij vindt het wel aardig maar zijn echte cadeau moet nog komen. Hij wil geen ingepakt cadeautje, hij wil mij, hij wil mijn lijf. Hij neemt me mee naar de slaapkamer en neemt me, terwijl mijn moeder-dader het ontbijt klaarmaakt, fluitend en neuriënd. Ik zou willen schreeuwen, willen huilen maar dat kan niet dan wordt hij pas echt boos. Het doet zo verschrikkelijk pijn en het is zo akelig, maar hij wil het zo en ik? Ik heb geen keus.

Eindelijk is het voorbij, voor nu dan want omdat hij jarig is wil hij vanavond nog een keer, zoals elk jaar. Dat is zijn feest. Gezellig ontbijten, alsof er niets gebeurd is. Mijn vader-dader en moeder-dader kletsen gezellig en ik probeer zo vrolijk mogelijk te zijn. Weet je wat het ergste is? Over 4 dagen is mijn moeder-dader jarig en moet ik weer “cadeau” zijn. Ik kan elke dag uit en ingepakt worden. Er zit nog net geen strikje om me heen met van die krullen aan het uiteinde.

Die dag hebben mijn moeder-dader en ik hetzelfde jurkje aan, heeft ze zelf gemaakt. Zo schattig vind mijn vader, zijn “meisjes” in hetzelfde jurkje. Zo ziet hij mij het liefst, schattig, klein meisje. Leuk als je 3 jaar bent maar als je 14 bent is dat veel minder leuk.

Nog steeds heb ik op zijn verjaardag, 27 juli een moeilijke dag. Tegenwoordig koop ik dan een mooie bos bloemen voor mezelf en vier dat ik nu vrij ben, ik zal nooit meer iemands cadeau zijn!

voorbij de eenzaamheid

Het is nog maar een aantal jaren geleden dat ik me heel eenzaam voelde. Een keer in de week naar het GGZ, een keer in de week boodschappen en dat was het dan wel. Lange dagen alleen thuis. Ik verveelde me niet, ik heb mezelf altijd goed kunnen vermaken, maar ik voelde me zo vaak zo alleen. Natuurlijk had ik Tonnie maar die moest uiteraard werken. Via de LEV Groep kreeg ik een maatje waarmee ik elke week een uitje maakte. Dat hielp wel een beetje maar was een tijdelijke oplossing.

Dat veranderde toen de wijkagente en de opbouwwerker mij het voorstel deden om vrijwilligers werk te gaan doen. Dat was een eye opener voor mij. Er kwam meer op mijn weg, zoals de wijkraad. Daar ging ik de website en facebook voor doen en later werd ik ook bestuurslid. Ik ging de cursus doen werken met eigen ervaring en ben begonnen met lezingen geven. Ik ging naar een lotgenotendag. Ik werd mobieler door de taxbus en later mijn scootmobiel.

De kalender die bij ons in de toilet hangt (de plek waar je elke dag komt) is geen leeg, wit vlak meer. Er staan afspraken op nu. Ben zelfs soms blij als er een dag niks staat. Ik ga ook elke dag er op uit met de scootmobiel en Dirk. Een rondje door de wijk of even naar het winkelcentrum. En dan is het tegenwoordig hier en daar even kletsen. En wat ik doe is nog allemaal leuk ook nog en doe ik met veel plezier.

Ik heb nu een rijk leven, mijn man, lieve vrienden, (schoon)familie, mooie mensen om me heen, vrijwilligerswerk. Kortom voorbij de eenzaamheid die ik voelde. Eenzaamheid is verstikkend, grijpt je bij de keel en maakt dat je jezelf leeg en hol voelt. Eruit komen is niet zo makkelijk maar je moet het wel zelf doen. De mens is een sociaal wezen, we hebben anderen nodig om ons leven completer te maken. Maar “anderen” komen niet als vanzelf naar je toe, daar zal je in moeten investeren. Een hobby zoeken die je deelt met anderen. Vrijwilligers werk doen, wat je ook maar samen doet met andere mensen.

Ik weet hoe eenzaam zijn voelt, met de kerst en oud op nieuw alleen zijn. De dagen vullen zonder ook maar iemand te spreken. Dat je blij bent als de caissière een klein praatje wil maken omdat je, al is het dan hallo en fijn weekend, iemand gesproken hebt. Daar wil ik nooit meer naar toe terug. Ik heb nu een rijk leven, daar investeer ik ook in. Het komt tenslotte niet aanwaaien!

Eindelijk geboren

Het is 1970 als ik de wereld op geschopt wordt. En al meteen is duidelijk dat het resultaat niet naar wens is van mijn ouders. Er volgen 25 jaren vol mishandelingen, vernederingen en seksueel misbruik. Ik kon nooit mezelf zijn en op den duur had ik ook geen enkel idee meer wie ikzelf dan eigenlijk was. Een eigen identiteit, een eigen wil had ik niet meer. Bij alles wat ik deed dacht ik altijd, hoe zou mijn vader-dader willen dat ik dit doe, wat zou hij willen dat ik zeg? Angst om te falen, niet de juiste, lees zijn, keuze te maken. En als het daadwerkelijk misbruik stopt zit dit alles zo in mijn systeem dat ik blijf proberen om hem te pleasen. Meer dan 20 jaar vecht ik tegen de gevolgen van dit alles. Er is niet eens een basis om op te bouwen.

Toch is dat precies wat ik doe bouwen. Ik leer steeds meer van mezelf. Simpele dingen, welke kleuren vind ik mooi, van welke muziek houd ik, welke kleren. Wat vind ik lekker om te eten en te drinken. Ik leer waar IK van hou. Ik kijk praatprogramma’s lees kranten en boeken en kijk documentaires. Ik krijg een eigen mening, ontdek hoe IK over zaken denk. Niet alleen leer ik zelf te denken, ik leer ook mijn mening te uiten. Ik leer mijn visie ook uit te dragen mee te discussiëren er te zijn. Ik wordt een persoonlijkheid, MIJN persoonlijkheid. Bij tijd en wijle ben ik verbaasd om wie ik wordt, wie ik ben.

Het is nu 48 jaar geleden dat ik op de wereld geschopt werd. En nu kan ik volmondig aankondigen dat ik eindelijk geboren ben. Ik durf nu mijn leven te leven zoals ik het wil leven. Ik kan nu genieten van de mooie dingen van het leven. Verdrietig zijn om de minder mooie dingen van het leven. Ik kleed me zoals IK mooi vind. Richt mijn huis in zoals IK mooi vind. Eet wat IK lekker vind. Doe waar IK plezier in heb.

Wie ik dan nu ben? Oprecht, recht door zee, lekker eigenwijs, assertief, tikkeltje dominant soms, warm, zorgzaam, ga op mijn doel af, heb het hart op de tong en laat me de kaas niet van het brood eten. Dat allemaal ben ik geworden, dit is het resultaat van mijn zoektocht.  Vind je dat leuk prima dan gaan we met elkaar om. Vind je dat niet zo fijn, ook goed dan passen wij niet bij elkaar. Ik ben eindelijk geboren en ben nu wie ik ben, al leer ik nog elke dag nieuwe dingen over mijn wereldbeeld en vooral over mezelf. En weet je, eigenlijk vind ik mezelf wel een prettig persoon

God de boeman

Bij het gala donderdag kreeg iedereen ook een boek, Anonieme helden van seksueel misbruik geschreven door Ivonne Meeuwsen (https://hulpverleningnaseksueelmisbruik.nl/). Het zijn ervaringsverhalen van helden die seksueel misbruikt zijn. En ik begin aan het eerste verhaal en bam die komt al binnen als een bom. In dit verhaal speelt geloof een grote rol. Net als in mijn leven als kind.

Mijn ouders waren katholiek. Voor mij was God geen verlichting maar een boeman. Iemand die alles wat je deed kon zien en horen. Die zelfs je gedachten, wat je niet zei kon horen. En ik was een slecht kind, een duivelskind. Dus volgens mijn ouder-daders had God een bloedhekel aan me. Alle straf die ik kreeg, van opgesloten, geen eten, misbruikt en ga zo maar door was Gods straf, mijn eigen schuld. Ik hoorde over de hemel en de hel en leerde dat ik nooit de hemel zou halen. Ik was altijd doodsbang God zag alles, ik durfde zelfs niet te denken dat ik boos was op mijn daders want zelfs dat wist God.

De kerk was voor mij het meest beangstigende gebouw in mijn kinderjaren en eigenlijk nu nog. Daar woonde deze boeman, God. Zijn huis was altijd heel koud, kil met akelige afbeeldingen op de muren. Een pastoor die sprak met donkere woorden waar ik nog veel banger van werd. Ik kom alleen in een kerk als het echt niet anders kan zoals een begrafenis waar ik niet onderuit kan.

Maar dan was er school, een katholieke uiteraard zowel de lagere als de middelbare school. Daar vertelde een lerares dat God liefde was. Ik raakte totaal in de war, wat lulde dat mens nu. God houd van iedereen, ja iedereen behalve mij. Oh ik heb wel eens gebeden, god laat het stoppen maar dat gebeurde nooit, dus wist ik dat wat mijn ouders-daders zeiden de waarheid was en de lerares ons voor de gek hield.

Op oudere leeftijd ben ik hierover erg in de war geweest, heb gesproken met mensen die geloven in god of in andere dingen. Ik kan het gewoon niet. Voor mij staat god in welke vorm ook gelijk aan angst, aan een manier om hele foute dingen goed te praten. Kijk de geschiedenis maar ook heden ten dagen wat er allemaal in naam van een God gedaan word. Misbruik, aanslagen en nog veel meer. Ik pieker er nog steeds wel eens over. Maar van een god houden? Nee dat kan ik niet, niet meer.

Als je dit leest en wel geloofd alsjeblieft reageer dan niet met dat god en jezus van me houden. Dergelijke reacties zit ik niet op te wachten en stel ik ook niet op prijs. Ik ben heel blij voor jouw dat je op deze manier liefde ervaart en gun je dat ook van harte maar respecteer ook mijn gevoel, dank je wel.