Waarom ervaringsdeskundige worden?

De eerste 25 jaar van mijn leven had ik geen stem. Ik moest zwijgen, mocht geen mening hebben, mocht niet praten. Ik was voor mijn gevoel niets, een gebruiksvoorwerp. Ik weet nog hoe het misbruik begon en zeker nog hoe het eindigde. Daar zaten eindeloze jaren tussen. Misbruikt, verkracht, vernedert, mishandeld. Opgesloten in een kast, in een diepvrieskist. Geslagen, geschopt, geen eten krijgen, genegeerd worden. 25 jaar lang misbruikt en mishandeld door mijn vader, met medeweten van mijn moeder die me als tiener ook misbruikte. Tussendoor nog 4 jaar misbruikt door mijn opa en al die jaren had ik geen stem.

De gevolgen PTSS, dissociatieve fugue stoornis een sociale fobie en de lichamelijke gevolgen. In de hulpverlening mocht ik er niet over praten. Weer had ik geen stem, weer moest ik zwijgen weer jarenlang. De woorden die in me razen worden niet uitgesproken. Dan zonder stem, op papier en dit wordt uiteindelijk mijn boek Het Duivelskind. Langzaam ga ik ook spreken in interviews op tv, op de radio. Mijn stem wordt steeds krachtiger, ik word gehoord na al die jaren.

Ik kreeg mijn PTSS-hond Dirk zocht hulpverleners die bij me paste, ging vrijwilligerswerk doen en kreeg weer grip op mijn leven. Ik heb mooie mensen om me heen die me inspireren, die me krachtiger maken, die me laten lachen, waar ik intens van geniet. Er komt ruimte in mijn leven om mijn stem te laten horen.

Soms zeggen mensen wel eens tegen me, je blijft er zo maar mee bezig. Ervaringsdeskundige worden, je verhaal vertellen, waarom doe je dat?Omdat ik een verschil wil maken, omdat ik wil vertellen wat je als kind aan me had kunnen merken. Omdat ik wil vertellen wat dat misbruikte meisje toen nodig had gehad. Omdat ik wil laten wat zo misging in de hulpverlening en ook wat er heel prettig en goed in was. Omdat ik wil vertellen over herstel en zelfregie, over hoop, over van overleven naar leven.

En nee ik blijf er niet in hangen, ik kan mijn verhaal nu vertellen zonder erin te verzuipen, zonder herbelevingen. Juist omdat ik nu mijn leven op orde heb, de juiste mensen om me heen. Mijn leven draait niet meer elke seconde om mijn verleden. Ik leef en geniet en juist ook van het feit dat ik nu na al die jaren een stem heb, hem mag laten horen. Voor die kinderen die nu (nog) geen stem hebben, hopende dat ook zij een stem zullen krijgen.

De laatste dag woord tot de professionals

Vandaag eindigt de week tegen kindermishandeling 2018. In het hele land zijn er activiteiten geweest en is er veel inzet van geweldige ervaringsdeskundigen geweest. Heel veel professionals rondom kinderen, en dat zijn er nogal wat, zijn naar een of meer activiteiten geweest. Hopelijk hebben jullie daar weer mooie dingen uitgehaald.

Zo was er bij mijn lezing een beleidsmedewerker die nog nooit eraan gedacht had tandartsen te betrekken. Voor iemand die seksueel misbruik heeft meegemaakt is de tandarts een hel. Er wordt iets in je mond gestopt/gedaan. Ik hoef denk ik niet uit te leggen waarom dat zo verschrikkelijk is. Toch worden tandartsen bijna nooit betrokken in deze week.

Zie ons, hoor ons, kijk naar ons ik hoop dat je dat meegekregen hebt. Alleen al echt gezien worden maakt een verschil. Een oprecht luisterend oor bieden. We zijn geen protocollen, casussen, procedures. We zijn mensen met elk een uniek verhaal, met elk onze unieke behoeftes. Heel belangrijk geef mensen ook eigenwaarde, laat ze meedenken, doe een beroep op hun eigen kunnen, geef ze een stukje zelfregie. Ik mocht er nooit over praten, stabiliseren zei men en praten zou dat overhoophalen. Soms moet je overhoophalen, naar de grond om weer op te kunnen bouwen. Ben daar niet bang voor. Ik schreef uiteindelijk een boek om zo te kunnen praten. Ga niet boven maar naast ons staan. Gun ons het verdriet, de pijn, de afschuw dat is rouw en dat heb je nodig.

Praat ook vooral mét kinderen en niet alleen over kinderen. Geef ze een stem, laat ze het in hun woorden vertellen, tekenen, schrijven. Maar laat ze vooral zien dat je hen ziet. Ik heb me jarenlang heel onzichtbaar gevoeld omdat geen enkele volwassenen me zag. Laat staan me ooit vroeg hoe gaat het met je? Zoals een lotgenoot zei een beker chocomel doet soms meer wonderen dan wat dan ook.

Wat mij heel erg geholpen heeft is toen er een beroep werd gedaan op mijn kunnen. Lang is vooral benadrukt wat ik niet kon, wat mijn beperkingen waren. Tot er gekeken werd naar wat wel mijn mogelijkheden waren. Een stukje zelfregie, eigenwaarde, zelfvertrouwen wat daardoor groeide.

Vaak is praten alleen niet genoeg. Vergeet lichaamsgerichte therapie niet. Dat kan zo belangrijk zijn. Velen houden niet meer van hun lichaam en zijn ervan vervreemd. Je eigen lichaam weer leren accepteren, er weer van leren houden kan een heel belangrijke stap in je herstel zijn.

Ben alert op signalen, en vooral ben niet bang om te melden! Als professional kan jij het verschil maken voor een kind die mishandeld, misbruikt, verwaarloosd wordt. Kan je het verschil maken in het herstel van een volwassene. Maar vooral zie dat kind, sta naast dat kind, zie de volwassene, sta naast de volwassene. Dank je wel voor je inzet en maak het verschil!

Dader(s) in beeld, dag 3

De week tegen kindermishandeling 2018

Met je kind in bad, samen heerlijk ontspannen, dat kan zo puur, zo mooi zijn. Dat was het voor mij niet. Met vader-dader moest ik regelmatig in bad. Volgens hem was ik altijd vies, hij leerde me hoe ik mezelf schoon moest maken. Met een schuursponsje en met een pot Jif (schuurmiddel) kom je heel ver. Pas toen ik samenwoonde en mijn man me zo onder de douche mezelf zag boenen, leerde ik dat dit niet normaal was. Mijn man leerde me douchen met een zachte spons en douche crème. Echt een openbaring voor mij dat je huis ook fijn kan aanvoelen na het douchen.

Hij raakte me overal aan waar dat maar kon met het in bad zijn samen. Op onze “speciale” plekken waste hij me extra goed en extra hard, dat deed pijn, veel pijn en de zeep prikte. Altijd na het in bad met hem had ik een brandend gevoel en jeuk daaronder. Nooit mocht de badkamerdeur op slot, ook niet toen ik al een tiener was, hij wilde ten aller tijden kunnen kijken of meedoen. De badkamer was een akelige plek met vele nare herinneringen.

Wat ook favoriet bij hem was, was mijn hoofd onder water duwen. Het gevoel dat je geen lucht meer krijgt, denken dat je doodgaat dat is zo afschuwelijk. Dan had ik nog liever dat hij me schoonboendde op zijn manier. Ik weet nog dat ik zwemles had en dat ging heel goed, tot ik ineens met geen stok meet het water in te krijgen was. De badmeester begreep er niets van, ik deed het zo goed. Maar water was een doodsangst geworden, waar je ver weg van moest blijven.

Ook nu vandaag de dag douche ik niet graag. Maak je niet ongerust ik douche elke dag, persoonlijke verzorging vind ik immers belangrijk. Ik pak altijd de douchekop in mijn hand. Ik ga nooit maar dan echt nooit onder de straal staan. Mijn haar was ik in de wastafel zodat ik niet vol onder het water hoef. Zwemmen? Ik heb het dit jaar nog een keer geprobeerd maar het zijn te veel angsten, teveel triggers. Water blijft een probleem voor mij, zelf nu nog.

Dader(s) in beeld, dag 2

De week tegen kindermishandeling 2018

Als kind had ik twee opa’s. Het verschil kon niet groter zijn. De ene, lieve opa vroeg me hoe ik in de ochtend mijn eitje wilde, hard of zachtgekookt. De andere, de akelige opa vroeg of ik mijn benen verder uit elkaar kon doen.

De lieve was de vader van mijn moeder, de akelige van mijn vader. Het gezegde; “de appel valt niet ver van de boom” is hier zeker van toepassing. Ik was een jaar of acht toen mijn vader-dader me naar opa-dader bracht en me achterliet. Het huis van opa-dader stonk altijd verschrikkelijk naar verbrande spek. Spek doorbakken was iets wat de man elke dag wel deed in mijn ogen. Ik vond het niet fijn, ik vond opa-dader een akelige man. Mager, gele vingers, gele tanden, stinkend naar alcohol, nooit vriendelijk en akelige, geniepige ogen.

En mijn voorgevoel was goed, ik wist het, hoe klein ik ook was, al ook hij zou aan me zitten, in me zitten. Ook hij hield van kleine, schattige meisjes. Ook hij scheurde mijn lichaam in tweeën. Daar bleef het niet bij, hij nodigde wel eens wat vrienden uit die voor een beetje geld ook wel eens aan mij mochten zitten. En ik? Ik dacht dat dit normaal was, dit was mijn leven. Ik verdiende dit als slecht kind.

Mijn hersenen konden dit niet aan, mijn lichaam kon dit niet aan. Ik trad uit mezelf, maakte het niet echt mee. Fantaseerde dat ik in een sprookjeswereld was waar alles lief en vredig was. Mijn hersenen maakte wat ik lang kortsluiting noemde, nu weet ik dat dit dissociëren heet. Daar begon ik deze overlevingstechniek te ontwikkelen. Als kind moet je een weg zoeken om alles wat er met je lijf en geest gebeurt te behappen.

Op mijn 12de stopte dit weer en was ik van opa-dader af. Maar in mijn geest en lichaam was ik er nooit vanaf. Ik bak nu nog wel eens spek, Tonnie vindt dat erg lekker. Dat doe ik, ook midden in de winter met de achterdeur wagenwijd open, om de geur maar niet in huis te hebben.

Seksueel misbruik en de gezondheidszorg,

Wie (langdurig) seksueel misbruikt is heeft vaak ook lichamelijke klachten. En nee ik bedoel niet tussen de oren. Langdurig seksueel misbruik is een aanslag op je (kinder)lijf. En dan wat zware spanning, stress met je lijf doet. Dus belanden vele ook in de medische molen. En juist deze is een groot trigger bos.

Dokter moeten nu eenmaal aan je zitten om je te kunnen onderzoeken. Soms heb je de keuze voor een mannelijke of vrouwelijke arts maar niet altijd. Ze zitten niet alleen aan je, je moet je vaak ook nog uitkleden en dus zitten ze aan je naakte huid. Dat is nogal wat voor mensen die seksueel misbruikt zijn. En je weet met je verstand dat dit puur medisch is en toch voelt het vaak zo beklemmend zo beangstigend.

Onderzoeken zijn vaak moeilijk. Een MRI waarbij je in een buis stil moet liggen maakt je vaak panisch. Je bent de controle kwijt, je kan geen kant op. Voor iemand met PTSS een van de grootste angsten. Neem nu een maag/darm onderzoek waarbij er letterlijk iets in je lijf geduwd wordt. Dat wat we jarenlang moesten doorstaan dat er “iets” in je lijf of mond geduwd werd. Vraag om een roesje en leg uit waarom. Zonder was voor mij absoluut niet te doen. Eigenlijk mag er ook niemand mee naar binnen maar op uitdrukkelijk verzoek van mij mocht dit wel. Dat gaf me een veel rustiger gevoel. En dan nog maar niet te spreken over een gynaecologisch onderzoek dat is voor mij een no-go.

Een operatie is een aanslag op je geest en lijf. Eenmaal onder narcose heb je geen enkele controle meer, kan je niet zien wat er gebeurt. Dat kan heel beangstigend zijn. Maar ook alles eromheen. De kamer waar iedereen in en uitloopt maakte dat ik me heel onveilig voelde. Maar ook ontwaken uit de narcose, ik heb gevraagd of dat een vrouw wil doen. En dat kon gelukkig. Zo moest ik eigenlijk een katheter en ook daar het verhaal van iets in je lijf hebben, sterker nog in je vagina, afschuwelijk. Na overleg hebben ze bij mij de katheter niet ingebracht. Ook kreeg ik een eenpersoonskamer waar ook mijn hulphond op mocht komen. Heel belangrijk is dat je van tevoren goed met het ziekenhuis bespreekt wat voor jouw moeilijk is en wat je zou kunnen helpen. Door dit goed aan te geven kan je vaak al een heleboel ellende voorkomen al blijft het moeilijk.

Hetzelfde geld ook voor de tandarts. De mond en vooral in de mond is een no go gebied voor veel mensen die misbruikt zijn. Ik hoef hier denk ik niet te beschrijven waarom, dat kan iedereen zich wel verbeelden. Een controle van 5 minuten dat is nog wel te doen. Maar als er echt wat gedaan moet worden en zo’n tandarts lang in je mond bezig is dan wordt het een ander verhaal. Dat gevoel dat je niet kunt slikken, dat je stikt, dat je iets in je mond hebt maakt dat je gaat trillen, zweten en in paniek raakt. Ook hier geld praat erover, of ga naar een speciale angsttandarts.

Ik weet het telkens weer uitleggen is niet makkelijk. Maar de arts, tandarts, ziekenhuis kan je alleen helpen als jij aangeeft wat voor jou werkt om het iets makkelijker te maken. We moeten de gezondheidszorg ervan bewust maken wat dit met ons doet. Zij staan er niet zomaar bij stil!

De geboorte van Het Duivelskind

Ik besluit om mijn verhaal op te schrijven, voor mezelf, ik hoop zo de chaos in mijn hoofd wat te verminderen. Het is een lang proces ik doe er bijna een jaar over om het allemaal op papier te krijgen, telkens weer een klein stukje. Dat is zwaar er komen steeds meer herinneringen boven. Vaak zie ik dat als een soort filmbeelden voor me. Alsof je naar een horrorfilm kijkt waarin je zelf de hoofdrol hebt.

Als ik het af heb laat ik het aan een kennis lezen, zij zei me, dit zou een boek moeten worden. Ik ben daar heel sceptisch over, een boek wie wil dit in godsnaam lezen? Ze vraagt me of ze het naar een schrijfster die ze kent mag sturen, ik zeg ja met totaal geen verwachtingen. Die schrijfster was Maria Genova en tot mijn stomme verbazing ziet zij er een boek in. En ons proces begint want je verhaal opschrijven maakt nog geen boek. Ik heb het voor mezelf geschreven, niet met de bedoeling dat iedereen het zou gaan lezen.

Ik moet dus alles weer opnieuw schrijven. Maria legt me uit hoe ik moet schrijven zo zeg ik bv en toen kwam de huisarts. Maria legde me uit dat het moest omschrijven bijvoorbeeld een man stapte uit een donkerblauwe auto. Hij is niet zo groot, grijs en draagt een streepjespak. Ze vertelde me ook waar het verhaal te langdradig was en waar er juist meer omschreven moest worden. Ettelijke keren heb ik stukken herschreven. Belangrijk voor mij was hierin dat het verhaal authentiek moest blijven, precies zoals ik me herinnerde. Als ik dingen niet meer wist weigerde ik dat aan te vullen, dan liever weglaten. Na ruim een jaar werken had ik een echt manuscript in handen. De uitgever werd benaderd en het boek opgestuurd.

Ja, we hebben een ja JustPublishers wil het uitgeven, als een kind zo blij ben ik. Maar dat is weer het begin. De redactrice van de uitgever heeft ook een boel op en aanmerkingen. En zo ga ik weer aan de slag met het script net zolang dat ook de uitgever tevreden is, en het nog steeds echt mijn verhaal is.

Dan komen de leukere dingen, eerst de titel ik had erboven staan mijn gestolen lijf. De uitgever kwam met het pakkende Het Duivelskind. Heftige titel maar zegt wel heel veel want dit was wat ik altijd genoemd werd. Dan komt het leukste, de kaft, een ontwerpster gaat aan de slag en stuurt diverse ontwerpen. Op een ben ik meteen verliefd en ook Maria en de uitgever vinden deze mooi. Nu waren er alle ingrediënten voor een boek. En zo lag op zaterdag 2 maart 2013 Het Duivelskind in de winkels.

Nog steeds krijg ik reacties, dat vind ik erg leuk van lezers te horen en ik antwoord dan ook altijd. Al is leuk misschien niet het goede woord, als mensen zichzelf in mijn verhaal herkennen is uiteraard alles behalve leuk.

Rauwe werkelijkheid

De laatste 2 jaar is het steeds beter met me gegaan en ik ben blij met hoe mijn leven nu is vergeleken met 2 jaar geleden. Toch kan ik niet ontsnappen aan de rauwe werkelijkheid.

Misbruikt worden voor je 4de jaar, daar kan je geen herinneringen van hebben toch? Nee niet zoals ik me het misbruik na mijn 4de herinner. Maar het lichaam slaat de herinneringen op. Je verkrampte lijf, de pijn, de angst. Het niet veilig zijn, geen liefde krijgen al die dingen slaat je lichaam op. In al die 25 jaren ontelbare keren verkracht, mijn lijf dat uiteengerukt werd, zo voelde dat alsof iemand je doormidden scheurde. Een vlammende alles verzengende pijn. Het verstijven van je lichaam wat protesteert, wat niet wil. En ook klaarkomen omdat je lichaam toch reageert op de seksuele prikkel.

Dat alle is opgeslagen in mijn lijf. En van tijd tot tijd reageert ongewild mijn lichaam. Voel ik hoe mijn spieren pijn doen, hoe verkrampt ik ben. Geslachtsgemeenschap is voor mij onmogelijk dan voel ik direct weer die vlammende pijn en verkrampt alles. Maar ook vorig jaar met mijn nierstenen en de inwendige katheter reageerde mijn lichaam instinctief op de prikkels en verkrampte. Klaarkomen staat voor mij nog steeds gelijk met angst, macht en pijn. Gelukkig heb ik geen menstruatie meer, die buikpijn die ook altijd weer voor instinctief gedrag zorgde. Zelfs als ik het in mijn hoofd op orde heb kan mijn lichaam de herinneringen, de pijn bovenhalen.

Ik heb altijd wat moeite gehad met bewegen, hoor ook vaker wat loop je stijf, dat is de verkramping. In mijn hoofd kan het ook chaos zijn, ongevraagde herinneringen, toch kan ik daar de laatste jaren beter mee omgaan en heb ik daar meer grip op. Het overvalt me niet meer zo en verward me niet meer volledig. Ik heb er meer inzicht in, zie de patronen en kan ze beter voorkomen. Dat maakt het leven een heel stuk aangenamer. Ik weet beter wat mijn valkuilen zijn en trap er niet meer zo vaak in.

Maar mijn lichaam en diens herinneringen, daar weet ik niet de weg in. Het is ook zo moeilijk uit te leggen aan mensen. Maar stel je bent een keer in het ziekenhuis geweest en daar heb je hele erge pijn gehad bij een behandeling. De volgende keer dat je weer naar het ziekenhuis moet voel je angst ben je bang om weer die pijn te voelen en herinner je die pijn. Dat dus en dan maal heel veel keer pijn en herinneringen.

De rauwe werkelijkheid, seksueel misbruik wordt in je hele lijf opgeslagen, in je hoofd, je lijf, je hart.

Mijn veilige plek

Zolang als ik hier woon, nu alweer 25 jaar heb ik een veilige plek voor mezelf gemaakt. Dat is heel belangrijk voor me. Een plekje waar ik me terug kan trekken als ik me heel rot voel maar ook om me gewoon geborgen en veilig te voelen. De eerste 26 jaar van mijn leven was er nooit veiligheid. Was er altijd angst, geen seconde was de angst uit me. Dat is een heel naar gevoel je nooit en nergens veilig kunnen voelen. Daarom is dit plekje zo belangrijk voor me.

De stoel is van stof en dus zacht en je kan er heerlijk in weg kruipen. Vanuit de stoel kan ik zowel voor en achter uit de raam kijken. Overzicht hebben maakt dat ik me veiliger voel. Mijn E-reader ligt altijd in de buurt, ik verslind er boeken. Als kind was lezen een manier om uit de werkelijkheid te vluchten. Dat is het nu ook, maar nu omdat ik dat fijn vind niet omdat de noodzaak is. Het ontspant me ook enorm hoewel ik vrijwel altijd trillers lees.

Jarenlang lag er dezelfde knuffel in, mijn dissocieer knuffel. Altijd als mijn angstige innerlijke kind tevoorschijn kwam dan gaf die knuffel haar troost. Het was een voorwerp die zowel voor mijn innerlijke kind als voor mijn volwassen ik vertrouwd was. Ik nam hem ook altijd mee als ik verward op de straat terecht kwam, klemde me er letterlijk aan vast. Tot pasgeleden, het is nu 2 jaar geleden dat ik verward op de straat terecht kwam. Dissociëren komt nog weleens voor, maar is eerder uitzonderling dan regel en ik ga het huis niet meer uit. Ik heb ook veel meer vrede met mijn innerlijke kind. Dus besloot ik de dissocieer knuffel weg te halen. Er ligt nu een nieuwe knuffel Flip de mascotte van Hulphond Nederland. Symbool voor een grote verandering in mijn leven. Het wisselen van mijn vertrouwde knuffel is een enorme stap voor me.

Nog steeds voel ik me heel veilig in mijn stoel ook met de nieuwe knuffel. Zonder knuffel is nog een te grote stap, maar het is prima zo. Niks mis met af en toe jezelf troosten met een zachte knuffel. De andere knuffel ligt nu in mijn bed met de andere troostknuffels die ik in de loop der jaren heb gekregen. Zo is hij nog steeds bij me en kan ik altijd nog naar terug grijpen. Een knuffel kan troost bieden, niet alleen aan kinderen. De nieuwe knuffel ligt ook op een andere plek op de rugleuning en niet meer in de stoel. Niet meer dagelijks nodig en toch altijd in de buurt. En zo blijft dit mijn veilige plek, die nog altijd belangrijk voor me is.

Ervaringsdeskundige

Voordat mijn boek uitkwam had ik gezegd, ik geef interviews en ik ga nergens op de foto. Wat ik met mijn boek wilde bereiken was meer openheid, dat mensen gingen nadenken, bewustwording en steun. Maar vooral het zwijgen doorbreken. Tja bedacht ik me toen als ik dan anoniem blijf spreek ik mijn eigen doelstellingen dus tegen. En dus gaf ik wel interviews en ging op de foto. Er kwamen ongelofelijk veel positieve reacties binnen en langzaam groeide het idee dat ik hier meer mee wilde doen. Nu 5 jaar later weet ik het zeker ik wil als ervaringsdeskundige mijn verleden omzetten in inspiratie, stimulatie en nog steeds bewustwording en steun.

3 weken geleden ben ik begonnen aan de cursus werken met eigen ervaring.  Het is niet alleen meer dromen ik wil nu concreet verder hiermee. Ik zit zo op mijn plek bij deze cursus. Afgelopen vrijdag was het mijn beurt mijn ervaringsverhaal te vertellen. En bloos wat een mooie en stimulerende reacties heb ik gekregen. Er werd bevestigd dat ik op de juiste weg ben en dat dit mijn weg is. Ik ben hier nu ook aan toe. Ben in staat naar mezelf te kijken zoals je nogal eens moet in deze cursus. Nee ik vind het niet moeilijk eerder interessant en stimulerend.

Ik wil mensen bereiken, handvaten bieden, inzicht geven. Ik weet nog heel goed hoe ik me op mijn donkerste momenten voelde, hoe ik me als kind voelde. Wat invloed op me gehad heeft zowel negatief als positief. Ik hoop dat gevoel te mogen vertalen in woorden en te vertellen. Mijn verleden kan ik nooit veranderen. Dat ligt er en zal altijd deel van me uitmaken, heeft me ook gevormd tot wie ik nu ben. Hoe ik er in de toekomst mee om ga kan ik wel beïnvloeden, daarin keuzes maken. De regie ligt niet meer bij anderen, deze ligt bij mij gelukkig.

Mijn verhaal is niet uniek, dat is ook het trieste eraan. Naast mij staan veel te veel anderen die dit ook mee moesten maken. Voor hen die nog geen woorden hebben wil ik er ook staan. En voor al die kinderen die dit nu meemaken. Misschien kan ik voor een van hen het verschil maken. Ook als ervaringsdeskundige sta ik niet alleen. Verschillende vertellen al hun verhaal overal in het land. Samen kunnen we iets betekenen. Diep respect voor hen die dit doen. Maar evenveel respect voor hen die nog geen woorden hebben, die een loodzware strijd leveren. Ik ben trots op hen allemaal.

Ik hoop dat we elkaar in de toekomst tegen komen dat ik jou mijn verhaal mag vertellen, ons verhaal. Ik hoop dat je dan luistert en me echt hoort en ziet. Hoor je mij, zie je mij dan zie je met mij de vele anderen die ook een verhaal hebben te vertellen. Tot in de toekomst?

Angélique