hulphond,  PTSS,  seksueel misbruik

Dissociëren de rode draad door mijn leven

Telkens weer komen er reacties binnen doordat ze me in de media herkennen. Allemaal met eigen herinneringen. Wat me verbijsterd is hoe dissociëren daar een rode draad in is. Zo schreef een oud klasgenoot van de MDGO-AW dit:

“Maar een paar dingen van jou ben ik echt nooit vergeten.  Ik wist wel iets van wat er speelde en heb dissociaties meegemaakt, daarom betaalde school mijn trein om jou weg te brengen. Ik weet niet of je hier iets aan hebt. Maar wat ik heb gezien, is dat je plots veranderde in een huilende baby. Ik dacht dat je naar een plek in jezelf ging waar je je prettig voelde en dat zo naar buiten kwam, nog nooit gehoord van dissociëren. Ergens vond ik het heel normaal, ik had wel een beetje gehoord van je. Mij staat iets bij van vader, opa, politie en Helmond. Dat je daarom ook niks kon zeggen.”

Een klasgenoot van de lagere school schreef me dit:

“Ik herinner me namelijk nog heel erg goed jouw angsten en jouw ouders…”

De directeur van mijn MAVO zei vorige week: “en dat zat je daar elke avond dissociërend op de trap”

Op rapporten van mijn lagere school stond vaak dat ik een dagdromer was. Te veel fantasie zei mijn vader altijd op ouder avonden. Nu denk ik dagdromen was waarschijnlijk dissociëren, al weet ik niet of dat al kan bij een jong kind (die wel vrijwel dagelijks misbruikt werd). Als ik het zo optel dan heb ik hier al meer dan 40 jaar last van. Toen ik begon met schrijven 10 jaar geleden zei ik tegen mijn man: “niemand heeft ooit iets gemerkt”. Nu weet ik wel beter, er zijn onvoorstelbaar veel mensen die “iets” gemerkt hebben. En ik maar denken dat ik geen signalen afgaf, ook dat beeld klopt totaal niet.

Ik vind het fijn de puzzelstukjes te krijgen maar ook verdrietig. Het geeft me het besef hoe moeilijk ook mijn jeugd was en daarna. Hoe hard ik ook dissociëren nodig heb gehad om te kunnen overleven. Hoe belangrijk voor mij deze mogelijkheid om te ontsnappen is geweest en soms nog is. Het komt niet meer vaak voor en ik kan er nu mee omgaan. Maar soms wordt het allemaal te veel en val ik toch terug op deze mogelijkheid al is het niet iets wat ik bewust kan gebruiken of oproepen wanneer ik maar wil. Het overkomt me zoals het me al die jaren al overkomt. Ik heb het altijd als heel vervelend ervaren en bij tijden mensonterend om zo in de war te zijn, zo vervreemd van jezelf en zo enorm kwetsbaar.

Er is nog veel te weinig over bekend, zelfs bij een deel van de hulpverlening. De politie die me verwart op straat vond had er nog nooit van gehoord. Als je zegt ik heb PTSS, ik ben psychotisch, ik ben bipolair en noem maar op hebben mensen er wel eens van gehoord. Als ik zeg: ik heb een dissociatieve stoornis, krijg ik vrijwel altijd te horen, wat is dat? Tijd dat dit eens verandert, het komt veel vaker voor dan we denken. Ik wordt vaak benaderd door studenten over seksueel misbruik, over kindermishandeling over PTSS. In al die jaren nog nooit benaderd over dissociëren. Het kan zo enorm belastend zijn in je dagelijkse leven, de gaten in je geheugen, niet meer weten wat je gedaan hebt, niet op jezelf kunnen vertrouwen. En dan de psychiaters die zeiden: “er zijn geen medicijnen voor, er is niets tegen te doen”. Een onmenselijk en niet nodig antwoord, er is wel iets tegen te doen. Kennis is zo nodig hierover. Als je een dissociatieve stoornis hebt ben je zeker niet gek. Het is een normale reactie op een abnormale situatie daar moeten we ons van bewust worden!

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: