Divers,  hulphond,  PTSS,  seksueel misbruik

Zelfdoding

Zelfdoding is nog steeds een groot taboe onderwerp, we praten er niet over. Soms is er zelfs schaamte bij de nabestaanden. Een poging tot wordt vaak afgedaan met aandachttrekkerij. We negeren het, gaan maar niet op bezoek bij de nabestaande of degene die een poging deed omdat het zo ongemakkelijk is, wat moet je zeggen, hoe moet je je gedragen? Een fragment uit mijn boek ‘Ik was het duivelskind’:

“Erik heeft mensen die voor ons belangrijk zijn gebeld en verteld wat er is gebeurd. Hij hoopt op steun, maar hoort: ‘Nou succes ermee dan.’ Het blijft stil, bijna niemand die komt of belt. Ik snap dat het moeilijk is, wat moet je zeggen? En misschien wordt er wel gedacht: dat doet ze toch zelf? Ik

weet het niet. Ik weet wel hoe eenzaam het voelt. Een knuffel, een arm om me heen is voldoende, ze hoeven helemaal niets te zeggen. Het gevoel dat niemand je ziet is opeens overweldigend, net als vroeger. Gelukkig heb ik Erik, maar ook die hunkert naar wat steun. We zitten dicht tegen elkaar aan op de bank en proberen elkaar te troosten. Ik praat niet omdat ik Erik niet nog meer wil belasten, en hij praat niet omdat hij mij niet wil belasten.”

De totale eenzaamheid die ik voelde is met geen pen te beschrijven, in de steek gelaten voelde ik me, een paria. Daardoor werd de schaamte enorm, wat had ik gedaan? En hoe vaak ik niet hoorde: “je hebt een leuk huis, mooie spulletjes en een lieve man”. Maar geluk zit niet in spullen of een ander, dat zit in jezelf, diep in je hart. Wilde ik dood? Nee, zeker niet maar het leven was zo zwaar voor me dat ik niet meer wist hoe verder. De kwaliteit van mijn leven was dusdanig dat ik zo niet oud wilde worden. Soms hoor je, ze denken dan niet aan de mensen om hun heen. Kan je vertellen dat juist mijn man het enige was waar ik aan dacht, wat me vaak tegenhield. Maar zoals ik al zeg zit het in jezelf en nooit in een ander.

Wat me het meest geholpen heeft is juist weer mijn man. Met hem kon ik praten zonder veroordeelt te worden, zonder zinnen die niets zeiden. Ik kon tegen hem zeggen: ‘Ik wil niet meer leven.’ Dan pakte hij mijn hand keek me recht aan en zei: ‘dat snap ik lieve schat, wat kan ik voor je doen?’. Er over kunnen praten is al zo’n levensgroot verschil dat maakt het zwarte dragelijker. Maakt dat ik minder eenzaam voel en hem dichter bij me voelde. Mijn situatie is gelukkig veranderd. Na hard werken heb ik dat stukje geluk in mezelf gevonden, vrede met mijn situatie en het leven weer in eigen handen nemen. De dood was dichtbij en is nu weer een ongrijpbaar ver weg dingetje.

Je kunt er gewoon zijn, je hoeft er geen grote woorden aan te geven. Ik weet niet wat ik moet zeggen maar er wel zijn is zo waardevol. Even een knuffel, een arm om iemand heen. Je tranen laten zien, je verdriet kan die ander zoveel steun geven. Ik dacht echt toen niemand kwam, zie je wel ik word niet gemist en dat is een diepe wond op dat moment. Je hoeft geen hulpverlener proberen te zijn, daar zijn professionals voor, je hoeft niets op te lossen dat moet diegene zelf doen. Maar er gewoon zijn, dat kun je wel….

One Comment

  • Leny

    Een heel teer, gevoelig onderwerp…
    Je mag er zijn, iedereen, niemand uitgezonderd…
    Probeer iemand op te zoeken die op deze manier een dierbare heeft verloren, alleen een schouder, een arm, een luisterend oor is al genoeg…
    Mocht je zelf zo radeloos en zo wanhopig zijn dat je het overweegt, tegenwoordig is er een telefoonnummer 0900-0113. Daar zijn mensen die écht aandacht voor je hebben.

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: